Deel 1
Wapens 1e Wereldoorlog



De Eerste Wereldoorlog betekende een enorme verandering in de manier van oorlog voeren. Nooit eerder werden zoveel moderne wapens ingezet en nooit eerder werden zulke gigantische hoeveelheden munitie geproduceerd en afgevuurd. Het westfront veranderde in een eindeloos landschap van loopgraven, modder en kraters, waar dag en nacht granaten insloegen. Artillerie werd het belangrijkste wapen van de oorlog. Zware kanonnen zoals de Duitse “Dikke Bertha” verwoestten forten als Fort Loncin bij Luik, terwijl het snelle Franse 75 mm-kanon — liefkozend “Mademoiselle 75” genoemd — bekendstond om zijn hoge vuursnelheid en precisie.

Ook kleinere wapens speelden een grote rol. Handgranaten werden onmisbaar in de gevechten van loopgraaf tot loopgraaf, terwijl shrapnelgranaten met honderden metalen kogeltjes enorme verliezen veroorzaakten onder oprukkende soldaten.


Achter het front draaiden fabrieken dag en nacht om miljoenen granaten te produceren. Daarbij namen vrouwen massaal het werk van mannen over en werden zij een onmisbare schakel in de oorlogsindustrie.

Om al deze munitie, wapens en voorraden naar het front te krijgen, speelden spoorwegen een cruciale rol. Vooral smalspoortreinen waren onmisbaar aan het front. Deze kleine treinen reden tot dicht achter de loopgraven en vervoerden granaten, voedsel, hout, gewonden en troepen door het kapotgeschoten landschap. Ook hospitaaltreinen brachten duizenden gewonde soldaten vanaf het front naar hulpposten en ziekenhuizen verder achter de linies.


Toch bleef het gevaar ook lang na 1918 bestaan. In Frankrijk en België liggen nog steeds miljoenen niet-ontplofte granaten in de grond verborgen. Ontmijningsdiensten zoals DOVO in België ruimen tot op de dag van vandaag explosieven uit de Eerste Wereldoorlog op. Daarmee laat dit hoofdstuk zien hoe de wapens van de Grote Oorlog niet alleen het slagveld veranderden, maar ook nog generaties later hun sporen nalieten.




Granaten en artillerie in de Eerste Wereldoorlog

Tijdens de Eerste Wereldoorlog veranderde artillerie het slagveld ingrijpend. Niet eerder in de geschiedenis werden zoveel granaten geproduceerd en afgevuurd. De oorlog van 1914-1918 werd voor een groot deel een artillerieoorlog. Dagenlang konden kanonnen onafgebroken vuren op loopgraven, dorpen en verdedigingslinies. Het voortdurende geluid van explosies, inslagen en rondvliegende scherven bepaalde het leven van miljoenen soldaten aan het front.


Artillerie veroorzaakte tijdens de oorlog meer slachtoffers dan machinegeweren of geweren. Miljoenen granaten sloegen in op de slagvelden van Frankrijk en België. Zelfs vandaag worden nog altijd oude granaten gevonden in de bodem. Deze “ijzeren oogst” herinnert eraan hoe enorm de schaal van de oorlog was.

Hoe was een granaat opgebouwd?

Een artilleriegranaat bestond meestal uit een dikke metalen huls of mantel van staal of gietijzer. Deze mantel moest sterk genoeg zijn om de enorme kracht van het afschieten te kunnen weerstaan. Binnenin bevond zich de vulling.

Afhankelijk van het type kon dat bestaan uit explosieven, metalen kogels, rookstoffen of gifgas.

Aan de voorkant zat de ontsteker, ook wel “buis” genoemd. Dit mechanisme bepaalde wanneer de granaat moest ontploffen. Sommige ontstekers werkten direct bij inslag, terwijl andere een tijdmechanisme hadden. Bij bepaalde granaten kon vooraf nauwkeurig worden ingesteld hoeveel seconden de granaat moest vliegen voordat hij explodeerde.

Aan de achterkant zat vaak een koperen drijfband.

De schietbuis van een kanon is aan de binnenzijde voorzien van spiraalvormige groeven, de zogenoemde ‘trekken’. Deze zorgen ervoor dat de granaat tijdens het afvuren om zijn as gaat draaien, waardoor hij een stabielere baan krijgt. Om die draaiing over te brengen is de granaat voorzien van één of meerdere drijfbanden van zacht metaal, meestal koper. Bij het afvuren drukken deze banden zich in de trekken van de loop, waardoor de granaat de gewenste ronddraaiende beweging meekrijgt.Deze band greep in de groeven van de kanonsloop. Daardoor begon de granaat tijdens het afschieten snel rond te draaien, waardoor hij stabieler en nauwkeuriger vloog.

Daarnaast hoorde bij veel granaten ook een aparte messing patroonhuls. Hierin zat de kruitlading die nodig was om de granaat af te vuren. Na het schot bleef deze lege huls achter bij het kanon. Rond artilleriestellingen lagen daardoor vaak grote hoeveelheden lege hulzen.


Het afvuren van een granaat

Een granaat werd samen met een kruitlading in het kanon geplaatst. Wanneer het kanon werd afgevuurd, ontstak het buskruit. De enorme gasdruk duwde de granaat met grote snelheid door de loop naar buiten.

Tijdens het afschieten werd de beveiliging van de ontsteker automatisch opgeheven. Pas dan werd de granaat “scherp”. Dat was noodzakelijk om te voorkomen dat de granaat al in het kanon zou ontploffen.

Afhankelijk van het type kon een granaat:

direct bij inslag ontploffen,

na een korte vertraging exploderen,

of in de lucht tot ontploffing komen.


Foto 1 : Doorsnedemodel van een Britse shrapnelgranaat met cordietladingen van een Ordnance QF 18-ponder uit de  Eerste Wereldoorlog.
               
Public domain - Sectioned_British_18-pounder_shrapnel_round_photograph

Foto 2:  18-ponder brisantgranaat met No. 106-ontsteker.jpg
               Foto van een samengestelde patroonhuls, een brisantgranaat en een No. 106 Mk II directe slagontsteker, geproduceerd in augustus 1917
               voor het Britse QF 18-ponder veldkanon.

Opmerking 1: De veiligheidskap zit nog op de ontsteker; deze werd verwijderd vóór het laden.
Opmerking 2: De granaat is afgevuurd, wat te zien is aan de groeven in de drijfband rond de onderzijde van de granaat.
Opmerking 3: Deze brisantgranaat was oorspronkelijk geel geschilderd.

  Mili14 - Creative Commons Attribution 2.0 - 18-pounder_HE_round_with_No_106_fuze

Foto 3: 18-ponder granaten, 1914-1918

              Van links naar rechts: shrapnel-, hoogexplosieve-, rook- en gasgranaat.
              Elke granaat had een eigen kleurmarkering zodat ze snel van elkaar konden worden onderscheiden.


              Op de voorgrond ligt een doorsnede van een shrapnelgranaat. Je kunt het cordiet zien waarmee de granaat werd afgevuurd, evenals de
               metalen kogeltjes die bij de explosie naar buiten werden geslingerd en het wapen zo dodelijk maakten.
               
Kleon3 - Creative Commons Attribution-Share Alike 4.0 - Greenwich_Heritage_Centre,_Woolwich_-_RA_&_RMA_exhibition_08

Foto 4:  Doorgesneden shrapnelgranaat en patroonhuls waarin het binnenwerk van beide zichtbaar is.
               
DAVID HOLT from London, England -Creative Commons Attribution-Share Alike 2.0 - Flickr_-_davehighbury_-
               _Royal_Artillery_Museum_Woolwich_London_270





Foto 5:  Dubbele Drijfband (deze zijn nog glad omdat ze nog niet zijn afgevuurd ) - 
              RajatonRakkaus - Creative Commons Zero, Public Domain Dedication - 155_mm_driving_band


Foto 6:   Niet ontplofte Wo 1 granaten - je ziet in de drijfbanden de trekkingsporen van het kanond, dat betekent dat ze wel afgeschoten zijn
               
Frans90245 - Creative Commons Attribution-Share Alike 4.0- Niet_ontplofte_WO_I_Artilleriegranaten_04


Foto 7:    Britse granaatkop met tijdmechanisme Wo 1 - Piet Diepenhorst

Foto 8:     Kop van Franse Granaat Wo 1 met tijd- en slag-ontsteker - Piet Diepenhorst 

Foto 9:     Deze foto toont een arme muilezel uit een affuitspan die is ingestort nadat hij bij het dorp Rémy werd geraakt door een granaatscherf,
                 tijdens de Slag om de Drocourt-Quéant-linie. Deze slag maakte deel uit van het Honderddagenoffensief. De strijd eindigde met een
                 terugtrekking van het Duitse leger over ongeveer 64 kilometer naar de Hindenburglinie, die kort daarna alsnog werd doorbroken. 
                 Cassowary Colorizations - Creative Commons Attribution 2.0 - Horse_at_Battle_of_the_Drocourt-Quéant_Line_(34574200472)

Foto 10:  75 mm granaat Frans 1915 met versiering
                 
GOUPILLEAU J-Y - Creative Commons Attribution-Share Alike 4.0 -Douille_d'obus_de_75_mm_,_fabriqué_en_1915_(décoré_par_un_poilu)






Foto 11:  Trenchart (loopgraven kunst)

                 Europeana staff photographer - public domain - Couteau_de_Louis_Maneveau,_1


Foto 12:  Trenchart (loopgraven kunst) uit granaat

                 Europeana staff photographer - public domain - Armreif_aus_einer_Granate_gefertigt,_item_1


Foto 13: Versierde hulzen

                 Claude TRUONG-Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 - NGOC - Artisanat_de_tranchée,_douilles_d'obus_guerre_1914-1918


Foto 14: Belgische soldaten maken trenchart
               
Unknown author - public domain - Soldats_belges_artisanat_de_tranchée_1914-18

Shrapnelgranaten en kartetsen

Aan het begin van de oorlog waren shrapnelgranaten, ook wel granaatkartetsen genoemd, één van de belangrijkste wapens tegen infanterie. Ze waren bedoeld om grote aantallen stalen kogeltjes over het slagveld te verspreiden. In de eerste oorlogsmaanden waren deze granaten zelfs het meest gebruikte projectiel.

Een shrapnelgranaat was gevuld met tientallen tot honderden kleine metalen kogels. Daarnaast bevatte hij een kleine springlading en een tijdontsteker.

Voordat de granaat werd afgevuurd, stelde de artilleriebemanning het tijdmechanisme zorgvuldig af. Men berekende:

  • de afstand tot het doel,
  • de snelheid van de granaat,
  • en het moment waarop de explosie moest plaatsvinden.

Bij ingegraven infanterie gebruikte men vaak een timerontsteking. De granaat explodeerde dan bijvoorbeeld enkele meters boven de grond en ongeveer tientallen meters vóór het doelwit. Daardoor werden de kogeltjes als een dodelijke regen over de loopgraven verspreid. Soldaten die zich in open terrein bevonden of slechts beperkte dekking hadden, waren bijzonder kwetsbaar.

Naast timergranaten bestonden ook kartetsen met een percussiesysteem. Deze granaten ontploften zodra ze de grond raakten. Daarbij werden de stalen kogeltjes rondom weggeslingerd. Zulke granaten waren vooral effectief tegen oprukkende infanterie.

Toen cavalerie in de eerste oorlogsmaanden nog een rol speelde, werden reguliere kartetsen ingezet tegen aanvallende ruiters en paarden. De stalen kogels konden in korte tijd grote verliezen veroorzaken. Maar toen de oorlog veranderde in een loopgravenoorlog met diepe schuilplaatsen en bunkers, werden shrapnelgranaten minder effectief. Legers schakelden daarom steeds meer over op zware hoogexplosieve granaten.

Soldaten herkenden shrapnel vaak aan het sissende geluid in de lucht, gevolgd door korte droge knallen en suizende kogels.

Brisantgranaten en zware obussen

Steeds vaker gebruikten legers zware explosieve granaten, ook wel brisantgranaten genoemd. Deze granaten waren gevuld met krachtige explosieven zoals TNT. In tegenstelling tot shrapnel was het doel hier juist om de stalen huls volledig uiteen te scheuren.

Bij explosie ontstonden honderden scherpe metaalscherven die grote afstanden konden afleggen. Tegelijk veroorzaakte de explosie enorme drukgolven die loopgraven, bunkers en gebouwen vernielden.

De zwaarste granaten werden afgevuurd door enorme houwitsers en belegeringskanonnen. Zulke zware granaten werden vaak “obussen” genoemd.

Eén van de bekendste Duitse kanonnen was de Dikke Bertha (“Big Bertha”). Dit gigantische geschut kon enorme obussen afvuren over grote afstanden. De explosies waren zo krachtig dat complete forten en verdedigingswerken werden verwoest. Vooral in het begin van de oorlog maakten deze zware Duitse kanonnen veel indruk.

Artilleriebeschietingen konden dagenlang aanhouden. Bij sommige offensieven werden miljoenen granaten afgevuurd. Het landschap veranderde daardoor in een maanachtig terrein vol modder, kraters en kapotgeschoten bomen.

Gasgranaten

Vanaf 1915 werden ook granaten met gifgas ingezet. Eerst gebruikte men vooral chloorgas, later ook mosterdgas en fosgeen.

Gasgranaten verspreidden bij ontploffing giftige dampen over het slagveld. Sommige gassen tastten de longen aan, andere veroorzaakten ernstige brandwonden of blindheid. Mosterdgas was bijzonder gevreesd omdat het lang actief bleef in de bodem, modder en kleding.

De angst voor gasaanvallen was enorm. Soldaten moesten voortdurend gasmaskers bij zich dragen. Bij alarm probeerde men zo snel mogelijk het masker op te zetten. Wie te laat was, kon ernstig gewond raken of sterven.

Ook tegenwoordig worden soms nog oude gasgranaten gevonden. Sommige bevatten zelfs na meer dan honderd jaar nog resten van gevaarlijke stoffen.

Wat gebeurde er met de hulzen?

Na het afvuren bleef de lege messing patroonhuls achter bij het kanon. Miljoenen hulzen werden tijdens de oorlog gebruikt. Een deel werd opnieuw omgesmolten voor de productie van nieuwe munitie, maar veel hulzen bleven achter aan het front.

Soldaten maakten van lege hulzen vaak gebruiksvoorwerpen en kunstwerken. Dit wordt trench art genoemd, letterlijk: “loopgraafkunst”. Van hulzen werden bijvoorbeeld:

  • vazen,
  • kandelaars,
  • pennenbakjes,
  • bekers,
  • asbakken,
  • en herinneringsvoorwerpen gemaakt.

Vaak werden de hulzen versierd met inscripties, bloemen, regimentstekens of namen van veldslagen. Sommige soldaten maakten deze voorwerpen zelf in rustige periodes aan het front, terwijl anderen ze verkochten of naar huis stuurden als herinnering aan de oorlog.

Vandaag zijn trench-artvoorwerpen belangrijke tastbare herinneringen aan het dagelijks leven van soldaten tijdens de Eerste Wereldoorlog.

Verschillen tussen Duitse, Franse en Britse granaten

Hoewel de basisopbouw vaak vergelijkbaar was, bestonden duidelijke verschillen tussen de granaten van de verschillende landen.

Duitsland

Duitsland beschikte over een sterke industrie en produceerde technisch geavanceerde granaten. Duitse granaten hadden vaak dikke stalen hulzen die veel scherpe scherven veroorzaakten. De Duitsers stonden bekend om hun zware artillerie en betrouwbare ontstekers.

Frankrijk

Frankrijk gebruikte in het begin van de oorlog veel shrapnelgranaten, omdat men verwachtte dat oorlogvoering vooral in open terrein zou plaatsvinden. Later schakelde Frankrijk steeds meer over op zware explosieve granaten voor de loopgravenoorlog.

Groot-Brittannië

De Britten produceerden enorme aantallen granaten. In het begin van de oorlog waren er echter grote tekorten en kwaliteitsproblemen. Tijdens de “Shell Crisis” van 1915 bleek dat veel Britse granaten slecht werkten of niet ontploften. Daarna werd de productie sterk verbeterd.

Niet-ontplofte granaten en de “ijzeren oogst”

Niet alle granaten explodeerden tijdens de oorlog. Door modder, defecte ontstekers of een zachte landing bleven miljoenen explosieven in de grond achter.

Vooral in Vlaanderen en Noord-Frankrijk bevinden zich nog veel niet-ontplofte granaten diep in de bodem. In kleigrond konden granaten diep wegzakken. De natte klei hield zuurstof deels tegen, waardoor staal langzaam roestte en granaten soms verrassend goed bewaard bleven.

Nog steeds vinden boeren en bouwvakkers regelmatig oude granaten tijdens werkzaamheden. Dit wordt de “ijzeren oogst” genoemd. Sommige granaten bevatten nog explosieven of gifgas en zijn daarom nog altijd gevaarlijk.

Speciale explosievenopruimingsdiensten halen deze granaten zorgvuldig weg en vernietigen ze veilig. Meer dan honderd jaar na de Eerste Wereldoorlog vormt de oorlog daarmee nog steeds een zichtbaar en gevaarlijk onderdeel van het landschap.

Foto 1:       Shrapnell granaat
                   
книга Артиллерия 2 издание Военное издательство Наркомата обороны союза ССР- Public domain -Shrapnel_Burst_Diagram_English

Foto 2:       Shrapnell granaat

                   War Office, UK-public domain -QF12pdrShrapnelMkIXShell1918

Foto 3:       Animatie Shrapnell granaat
             
     Talifero -public domain - Shrapnel_shell
Foto 4:       Lijntekening van een typische shrapnelgranaat zoals gebruikt tijdens de Eerste Wereldoorlog.

  1. Kleine buskruitlading — schiet de kogeltjes naar voren uit de granaathuls.
  2. Shrapnelkogeltjes (metalen balletjes).
  3. Tijdontsteker.
  4. Centrale buis die de ontstekingsvlam van de ontsteker naar de springlading geleidt.
  5. Hars om de kogeltjes stevig op hun plaats te houden. Deze verbrandt wanneer de granaat ontploft en veroorzaakt rook, zodat de artilleristen kunnen zien waar hun granaten ontploffen.
  6. Dunne stalen wand van de granaat.
  7. Metalen patroonhuls.
  8. Drijflading van de granaat, meestal cordiet of nitrocellulose.

                   Pearson Scott Foresman - public domain - Shrapnel_(PSF)

Foto 5:       Italiaanse shrapnelgranaat, kaliber 149 mm (14,9 cm).
                   
Qasinka - Creative Commons Zero, Public Domain Dedication - 2025_Kobarid_Museum_exhibition_(3)

Foto 6:       Loden shrapnell balletjes

                   Sandra Fauconnier - Creative Commons Attribution 4.0 -Shrapnel_from_WWI,_at_Flanders_Fields_Museum,_Ypres_02



Foto 7:    Onontplofte granaat slag bij Passchendaele november 1917 (je ziet de treksporen)
               
John Warwick Brooke - public domain - The_Battle_of_Passchendaele,_July-november_1917_Q5868
Foto 8:    Duitse soldaat met ontontplofte Engelse 38 cm  granaat
               
Unknown authors - public domain - EnglishShell38cm
Foto 9:    Onontplofte Duitse granaat

                The War Pictorial magazine-public domain -1918_German_UXOs1

Foto 10:  Green Howard soldaten met onontplofte granaten
                 Museum of Hartlepool - No known copyright restrictions - Green_Howard_soldiers_(5633910351)


Granaten, granaten, granaten

Tijdens de Eerste Wereldoorlog vond er aan het Westfront een artillerieduel plaats op een schaal die de wereld nooit eerder had gezien. In totaal vuurden de strijdende partijen meer dan 1 miljard granaten af.

Duitsland nam circa 270 miljoen stuks voor zijn rekening, Frankrijk rond de 300 miljoen en Groot-Brittannië ongeveer 170 miljoen. Hoewel het Belgische leger door de bezetting van het land veel minder munitie verbruikte en afhankelijk was van bondgenoten, werd de Belgische bodem juist het zwaarst getroffen.

Vooral de Westhoek, het gebied rond Ieper en de IJzer, veranderde in een apocalyptisch landschap. Omdat de frontlinies hier jarenlang nagenoeg onbeweeglijk vastlagen, concentreerde het vuur van miljoenen kanonnen zich op een zeer beperkte oppervlakte. Tijdens de beruchte Derde Slag om Ieper (Passendale) in 1917 vuurden de Britten in slechts tien dagen tijd maar liefst 4,2 miljoen granaten af. Op de zwaarst bevochten locaties resulteerde dit in een gemiddelde van tien granaten per vierkante meter.


Deze massale beschietingen hadden verwoestende gevolgen voor het landschap en de bodem:

Het Maanlandschap: Dorpen, bossen en wegen werden letterlijk van de kaart geveegd. Wat overbleef was een modderige woestenij van aaneengesloten kraters waarin het natuurlijke drainagesysteem volledig was vernietigd.

De IJzeren Oogst: Naar schatting ontplofte destijds ongeveer 30% van de granaten niet, vaak omdat ze landden in de zachte Vlaamse klei. Dit heeft geleid tot een blijvende dreiging; nog steeds haalt de ontmijningsdienst DOVO jaarlijks tussen de 150 en 200 ton munitie op uit de velden.

Chemische Vervuiling: Naast brisantgranaten werden er enorme hoeveelheden gifgasgranaten afgevuurd. De corrosie van deze oude hulzen zorgt vandaag de dag nog steeds voor bodemvervuiling door zware metalen en giftige stoffen zoals mosterdgas.


De enorme hoeveelheid staal die in de Belgische grond achterbleef, vormt een tastbare herinnering aan de wreedheid van de stellingenoorlog. Het herstel van de Westhoek, waarbij steden als Ieper steen voor steen werden herbouwd, blijft een van de meest indrukwekkende staaltjes van veerkracht na de totale destructie van de moderne artillerie.

De Koningen van het Slagveld

Tijdens de Eerste Wereldoorlog speelde artillerie een beslissende rol. Nog nooit eerder waren er zoveel granaten afgevuurd. Kanonnen, mortieren en houwitsers bepaalden het verloop van de strijd. Hele dorpen verdwenen van de kaart, bossen veranderden in kale moddervelden en soldaten leefden dag en nacht onder het angstaanjagende gefluit van naderende granaten. Niet voor niets werd de artillerie “de koning van het slagveld” genoemd.

Frankrijk: de snelheid van “Mademoiselle 75”

Een van de beroemdste kanonnen van het begin van de oorlog was het Franse 75 mm-veldkanon, liefkozend “Mademoiselle Soixante-Quinze” genoemd. Hoewel het al in 1897 was ontwikkeld, gold het in 1914 nog steeds als het modernste snelvurende veldkanon ter wereld.

Het grote geheim zat in het revolutionaire hydro-pneumatische terugslagsysteem. Bij oudere kanonnen schoof het hele stuk na ieder schot achteruit en moest het opnieuw gericht worden. Bij de Franse 75 bleef het kanon vrijwel op zijn plaats staan. Daardoor konden ervaren bemanningen twaalf tot vijftien schoten per minuut afvuren — een ongekende snelheid in die tijd.

Het Franse leger zette het kanon massaal in tijdens de eerste oorlogsjaren. Ook de Verenigde Staten namen het later over. Het snelle en nauwkeurige vuur maakte diepe indruk op vriend en vijand. Franse soldaten kregen veel vertrouwen in hun “Mademoiselle 75”, die vaak werd gezien als symbool van Franse technische vooruitgang.

Duitsland: zware vernietigingskracht

Duitsland stond vooral bekend om zijn enorme zware artillerie. De Duitse legerleiding geloofde dat sterke forten en verdedigingswerken alleen konden worden vernietigd met gigantische granaten.

Berucht was de 21 cm Mörser M10, een zware mortier die vooral tijdens de gevechten in België gevreesd werd. Belgische soldaten aan de IJzer kregen regelmatig granaten van deze mortieren over zich heen. Veel projectielen waren gevuld met shrapnel: honderden kleine loden of stalen kogels die bij de ontploffing als een dodelijke regen over het slagveld werden verspreid.

Nog beroemder werd de enorme “Dikke Bertha” (Dicke Bertha), een 42 cm-houwitser van de Krupp-fabrieken. Deze gigant was speciaal ontworpen om moderne forten te vernietigen. Tijdens de aanval op België in 1914 werden de forten rond Luik en Namen zwaar bestookt. De enorme granaten konden metersdik beton doorboren en veroorzaakten verwoestingen die soldaten nog nooit hadden gezien. Alleen al het geluid van het afschieten maakte enorme indruk.

Groot-Brittannië: vuur uit de kromme baan

Ook de Britten ontwikkelden zware artillerie van hoge kwaliteit. Een van de effectiefste wapens was de BL 9.2-inch Howitzer Mk I.

Een houwitser verschilde van een gewoon kanon doordat granaten in een hoge, gebogen baan werden afgevuurd. Daardoor konden doelen geraakt worden die achter heuvels, gebouwen of diep in loopgraven verborgen lagen. Juist in de loopgravenoorlog bleek dat een groot voordeel.

De Britse 9.2-inch houwitser kon granaten van ongeveer 130 kilo bijna tien kilometer ver schieten. Om het enorme terugslaggeweld op te vangen, werd het kanon geplaatst op een zware fundering gevuld met tonnen aarde. Britse artilleristen stonden bekend om hun nauwkeurige vuur en hun uitgebreide berekeningen.

Oostenrijk-Hongarije: de Skoda-giganten

Hoewel vaak overschaduwd door Duitsland, beschikte Oostenrijk-Hongarije over uitstekende zware artillerie uit de beroemde Skoda-fabrieken.

De 30,5 cm Mörser M.11 was een technisch meesterwerk. In tegenstelling tot sommige enorme Duitse stukken kon deze mortier relatief eenvoudig in delen worden vervoerd door tractoren. Daardoor was hij mobieler inzetbaar in bergachtig terrein, bijvoorbeeld aan het Italiaanse front.

Toch bezat het wapen enorme vernietigingskracht. Italiaanse forten en Russische stellingen werden met zware explosieve granaten bestookt. Vooral in de Alpenoorlog maakten deze Skoda-kanonnen een gevreesde indruk.

Rusland: de betrouwbare 76 mm

Aan het uitgestrekte oostfront gebruikte Rusland vooral het 76 mm-veldkanon M1902, vaak “Putilov-kanon” genoemd naar de fabriek waar veel exemplaren werden gebouwd.

Hoewel Rusland regelmatig kampte met grote tekorten aan munitie, was het kanon zelf modern en betrouwbaar. Dankzij het lage silhouet was het moeilijk te raken, terwijl de hoge mondingssnelheid zorgde voor een vlak schot en grote nauwkeurigheid. Vooral op de open Russische vlaktes bleek het een effectief wapen.

Een oorlog van staal en vuur

De Eerste Wereldoorlog veranderde door de artillerie in een oorlog van staal, modder en vuur. Miljoenen granaten sloegen in op loopgraven, dorpen en bossen. In sommige gebieden van de Belgische Westhoek kwamen zoveel granaten neer dat de bodem letterlijk werd omgeploegd. Nog altijd worden daar niet-ontplofte granaten gevonden.

Voor soldaten was vooral het voortdurende dreunen van de artillerie verschrikkelijk. Dagenlang zaten mannen in loopgraven terwijl granaten om hen heen ontploften. Velen raakten geestelijk volledig uitgeput. Dat oorlogstrauma werd toen vaak aangeduid als shellshock.

De artillerie bepaalde uiteindelijk het gezicht van de Eerste Wereldoorlog. Niet het geweer, maar het kanon werd het symbool van een industriële oorlog waarin techniek en vernietigingskracht een ongekende schaal bereikten.

Foto 1:   Frans Mademoiselle 75 kanon
                public domain - Militaire-Canon_75,_honneur-1915

Foto 2:   Sluitstuk van het 75 mm-kanon model 1897
                Lograsset - Creative Commons Attribution-Share Alike 4.0Culasse_du_canon_de_75_mm_Mle_1897

Foto 3:   Kanon 75
                Kev22 - Creative Commons Attribution-Share Alike 4.0 - Musée_des_Blindés_-_Canon_75_modèle_1897
Foto 4:    Kanon 75 bij Reims
                inconnu versement modifications G.Garitan - public domain - Canon_75_pres_reims_5276

Foto 5:    Kanon 75

                Gervais-Courtellemont - public domain - 1914_Canon_de_75_français

Foto 6:    Kanon 75
                unknown author - public domain - Canon_75_mm


Foto 7:   Mörser 210 mm
                 From a Krupp Arms catalog from 1892 -Creative Commons Attribution-Share Alike 4.0 - 210 mm Morser M1880

Foto 8:    Mörser 210 mm
                From a Krupp Arms catalog from 1892 -Creative Commons Attribution-Share Alike 4.0 210_mm_Morser_M1880
Foto 9:    Mörser 30,5 cm

                K.u.k. Kriegspressequartier, Lichtbildstelle - Wien - public domain - 30,5_cm_Mörser_in_Feuerstellung_(BildID_15430309)
Foto 10: Mörser 30,5 cm

                K.u.k. Kriegspressequartier, Lichtbildstelle - Wien - public domain -30.5_cm_Mörser_mit_Mannschaft_(BildID_15439349)


Foto 11: 8 inch Howitzer slag aan de Somme

                John Warwick Brooke - public domain - 8 inch howitzers -The_Battle_of_the_Somme,_July-november_1916_Q4148
Foto 12:  Het verplaatsen van een Howitzer

                National Library of Scotland - No known copyright restrictions - Moving_heavy_howitzer_into_a_new_position_during _the_ advance                                     _(4688014137)
Foto 13:  Een batterij howitzers vuurt op de Duitse loopgraven

                 National Museum of the U.S. Navy - public domain -A_battery_of_heavy_howitzers_pounding_the_German_ trenches_during                                                 _WWI_(28556214151)

Foto 14:   Britse 8 inch howitzer MK 1 -  slag aan de Somme

                  Royal Engineers No 1 Printing Company. - public domain - 8inchHowitzerMk1SommeJuly11916

Foto 15:   SKODA Mörser M 11
                  Srđan Popović - Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 - ŠKODA_30,5_cm_Mörser_M11_kalemegdan
Foto 16:   Russisch Putilov kanon 76,2 mm

                  TCY - Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 - 960px-Putilov_gun_at_Longues_sur_Mer -Russin canon Putilov, calibre 76.2, model
                   1917, Munitions factory of St. Petersburg.


De Geboorte van een Monster

Aan het begin van de 1900 was er een wapenwedloop gaande, niet alleen op zee, maar ook op het land. Frankrijk en België bouwden enorme forten van gewapend beton om hun grenzen te beschermen. De Duitse generale staf wist dat hun standaardgeschut deze forten nooit zou kunnen kraken.

Zij klopten aan bij Friedrich Alfred Krupp, de staalkoning van Essen. De opdracht was simpel maar krankzinnig: bouw een wapen dat door drie meter beton en staal kan slaan.

Het resultaat was de M-Gerät: een houwitser met een kaliber van maar liefst 42 cm. De granaten wogen meer dan 800 kilo per stuk – ongeveer het gewicht van een kleine auto.

Waar komt de naam "Dikke Bertha" vandaan?

Er gaan veel mythes rond over de naam, maar de meest geaccepteerde verklaring is een tikkeltje brutaal.

Bertha Krupp: Na de dood van Friedrich Krupp erfde zijn dochter, Bertha Krupp, het industriële imperium. Zij was op dat moment een van de rijkste en machtigste vrouwen ter wereld.

Soldatenhumor: De arbeiders in de fabriek en de soldaten aan het front gaven het massieve, ietwat lomp ogende kanon de koosnaam "Dicke Berta", als een knipoog naar hun bazin.

Hoewel het technisch gezien een belediging had kunnen zijn, werd de naam een geuzennaam. Bertha Krupp zelf schijnt er niet al te zwaar aan getild te hebben; het kanon zette de naam Krupp immers definitief op de wereldkaart.

De Schok van 1914

Toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak, dacht de wereld dat de Belgische forten rondom Luik en Namen onneembaar waren. De Duitsers brachten hun geheime wapen in stelling.

Het effect was psychologisch en fysiek verwoestend:

Het Geluid: De knal was zo hard dat de bemanning meters afstand moest houden, hun oren moest bedekken en hun mond open moest houden om te voorkomen dat hun trommelvliezen sprongen.

De Inslag: De granaten vielen met een steile boog uit de lucht en boorden zich diep in het beton voordat ze explodeerden. De forten die jarenlang als onverslaanbaar golden, stortten in enkele dagen als kaartenhuizen in elkaar.

De Verwarring: Bertha vs. Parijs-kanon

Vaak wordt de Dikke Bertha verward met het kanon dat Parijs beschoot vanaf enorme afstand (het Paris-Geschütz). Het Parijs-geschut (Duits: Paris-Geschütz) was, net als de Dikke Bertha, een product van de firma Krupp AG.


Dikke Bertha (M-Gerät)

Type: Houwitser (kort en dik) een houwitser schiet met een boog

Doel:  Vernietigen van forten

Bereik:  ca. 12,5 kilometer

Kaliber:  420 mm


Parijs-kanon

Type: Spoorwegkanon (extreem lang) deze schiet vlak

Doel:  Terroriseren van steden

Bereik:  ca. 130 kilometer

Kaliber:   211 mm


Het Einde van een Legende

Na de oorlog werden bijna alle exemplaren van de Dikke Bertha vernietigd door de Duitsers zelf, om te voorkomen dat de geallieerden de technologie in handen zouden krijgen. Slechts twee exemplaren overleefden de oorlog in eerste instantie, maar ook die verdwenen uiteindelijk in de smeltovens.

Vandaag de dag leeft de "Dikke Bertha" vooral voort in onze taal. We gebruiken de term nog steeds voor alles wat groot, log en krachtig is – een blijvende herinnering aan de ijzeren vuist van de familie Krupp.


Foto 1 De dikke Bertha - public domain - 640px-Dicke_Bertha.Big_Bertha

Foto 2 Dikke Bertha voor het beschieten van de forten van Luik  - Hermann Rex (1884–1937) - public domain - Dicke_Bertha_vor_Luettich_070814

Foto 3  Dikke Bertha bij Brussel- Anonymous - public domain - Dikke-bertha-brussel

Foto 4 Achterkant Dikke Bertha -  Andra Popovic - public domain - Big_bertha1

Foto 5 Een dikke Bertha granaat (er onder zat nog de huls) - Unknown author or not provided - public domain - 111-SC-42835_-_NARA_-_55244871_(cropped)

Foto 6 Dikke Bertha Huls en granaat  - Martin Kraft- Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 - Big_Bertha_Projectile

Foto 7 Parijs kanon  -  Unknown author - public domain - 640px-Parisgesch1

Foto 8 Parijs kanon - powidl - public domain - Pariser_Ferngeschütz


YouTube films
  Je kan vaak Nederlandse ondertiteling instellen zie >> TIPS

Deze video toont de Duitse 21 cm Mörser M10 en M16, zware houwitsers die tijdens de Eerste Wereldoorlog een belangrijke rol speelden. Vooral in de openingsfase van de oorlog werden deze kanonnen ingezet tegen de Belgische forten rond Luik en Namen. De zware granaten konden grote schade aanrichten aan bunkers, loopgraven en versterkte stellingen. Later werden de Mörsers op grote schaal gebruikt aan het westfront tijdens de langdurige artillerieduels van de loopgravenoorlog. De video laat goed zien hoe zware artillerie uitgroeide tot één van de meest bepalende wapens van de Eerste Wereldoorlog.

Deze video behandelt de Škoda 21 cm belegeringshouwitser van het Oostenrijks-Hongaarse leger tijdens de Eerste Wereldoorlog. Het wapen werd ontwikkeld als een kleinere en mobielere variant van de beroemde zware 30,5 cm Škoda-mortier. De 21 cm houwitser kon sneller worden vervoerd en opgesteld, wat belangrijk was aan een voortdurend bewegend front. Ondanks het kleinere kaliber had het kanon nog steeds een enorme vernietigingskracht tegen bunkers, versterkingen en loopgraven. De video laat zien hoe moderne zware artillerie een steeds grotere rol ging spelen in de industriële oorlogvoering van 1914–1918.

Deze historische beelden tonen Britse artilleristen die tijdens de Eerste Wereldoorlog een geallieerde 8-inch houwitser bedienen in Frankrijk. De video laat zien hoe zware granaten worden geladen en afgevuurd richting vijandelijke stellingen. Opvallend is dat een officier zelfs een boodschap op een granaat schrijft voordat deze wordt afgevuurd — iets wat vaker voorkwam als vorm van kameraadschap of propaganda. De krachtige houwitsers speelden een enorme rol in de loopgravenoorlog, waar artilleriebeschietingen dagenlang konden aanhouden en complete slagvelden veranderden in modderige kraterlandschappen.

Deze video laat zien hoe de enorme Britse 12-inch belegeringshouwitser uit 1916 werd opgebouwd en gebruikt aan het westfront. Het zware kanon, gebouwd door Vickers, was speciaal ontworpen om vijandelijke bunkers, versterkingen en diepe stellingen te vernietigen. De houwitser moest in meerdere delen naar het front worden vervoerd en ter plaatse, vaak ’s nachts en verborgen voor vijandelijke vliegtuigen, worden gemonteerd. De animatie toont indrukwekkend hoe complex deze zware artillerie was en hoeveel manschappen nodig waren om het wapen operationeel te maken. De video maakt duidelijk hoe artillerie tijdens de Eerste Wereldoorlog uitgroeide tot het belangrijkste en meest vernietigende wapen van de loopgravenoorlog.

Deze korte video van het National WWI Museum and Memorial gaat over het beroemde Franse 75 mm-veldkanon, één van de bekendste wapens van de Eerste Wereldoorlog. Het kanon stond bekend om zijn hoge vuursnelheid en grote nauwkeurigheid dankzij het moderne hydropneumatische terugslagsysteem. Amerikaanse soldaten gaven het wapen zelfs een bijnaam vanwege zijn betrouwbaarheid en indrukwekkende prestaties op het slagveld. De “French 75” groeide uit tot een symbool van de Franse artillerie en speelde een belangrijke rol in de gevechten aan het westfront.

Het Franse 75 mm-kanon, liefkozend “Mademoiselle Soixante-Quinze” genoemd, was een van de beroemdste wapens van de Eerste Wereldoorlog. Dankzij het geavanceerde hydropneumatische terugslagsysteem kon het snel en nauwkeurig blijven vuren zonder telkens opnieuw gericht te worden. Het lichte veldkanon werd vooral ingezet tegen oprukkende troepen, vijandelijke artillerie en zichtbare doelen op het slagveld. Met zijn hoge vuursnelheid groeide de “75” uit tot een symbool van de Franse artilleriekracht aan het westfront.

Deze historische beelden van British Pathé tonen Franse artilleristen die tijdens de Eerste Wereldoorlog een veldkanon bedienen, waarschijnlijk het beroemde Franse 75 mm-kanon. De video laat goed zien hoe snel en efficiënt de bemanning werkte: granaten worden razendsnel geladen, terwijl lege hulzen achter uit het kanon vliegen. Dankzij het geavanceerde terugslagsysteem hoefde het kanon na elk schot nauwelijks opnieuw gericht te worden, waardoor een zeer hoge vuursnelheid mogelijk was. Het filmpje geeft een indrukwekkend beeld van de snelheid, discipline en vernietigende kracht van de artillerie aan het westfront.

Deze video laat de indrukwekkende vuursnelheid zien van het Franse 75 mm-veldkanon, één van de beroemdste artilleriewapens van de Eerste Wereldoorlog. Dankzij het moderne terugslagsysteem kon het kanon vrijwel onafgebroken blijven vuren zonder steeds opnieuw gericht te hoeven worden. De bemanning werkte in hoog tempo samen om granaten te laden en af te vuren, waardoor het wapen enorme hoeveelheden explosieven in korte tijd op vijandelijke stellingen kon afschieten. Het filmpje toont waarom de Franse “75” bekendstond als één van de meest geavanceerde en gevreesde veldkanonnen van zijn tijd.



Deze video behandelt de beroemde Škoda 30,5 cm Mörser M.11, één van de zwaarste belegeringswapens van de Eerste Wereldoorlog. De enorme Oostenrijks-Hongaarse mortier werd ontworpen om forten, bunkers en versterkte stellingen te vernietigen met gigantische granaten van honderden kilo’s zwaar. Het wapen speelde een belangrijke rol bij de aanvallen op Belgische en Servische forten in de eerste oorlogsmaanden. Ondanks zijn enorme formaat kon de mortier relatief snel in delen worden vervoerd en opgebouwd. De video laat goed zien hoe deze zware artillerie symbool stond voor de vernietigende kracht van de moderne industriële oorlogvoering.

Deze video vertelt het verhaal van het beroemde Duitse Parijskanon (Paris Gun), één van de meest bijzondere artilleriewapens van de Eerste Wereldoorlog. Het kanon kon granaten over meer dan 120 kilometer afschieten en bombardeerde in 1918 de stad Parijs vanaf enorme afstand. De projectielen bereikten zelfs de stratosfeer, iets wat destijds ongekend was. Hoewel het militaire effect beperkt bleef door de matige nauwkeurigheid, had het wapen vooral een psychologische impact op de bevolking van Parijs. De video laat zien hoe ver de technologische ontwikkeling van zware artillerie tijdens de oorlog was gevorderd.



In de Eerste Wereldoorlog werd artillerie het dodelijkste wapen van het slagveld. Ongeveer 70% van alle slachtoffers viel door granaten. Dit indrukwekkende filmpje laat zien hoe de ontwikkeling van kanonnen, houwitsers en granaten complete landschappen veranderde in modderige maanlandschappen vol kraters. Bekende veldslagen als Verdun, de Somme en Passendale komen voorbij, evenals de enorme psychologische impact op soldaten die dagenlang onder vuur lagen. Ook bijzonder: meer dan honderd jaar later worden er nog steeds niet-ontplofte granaten uit WO I gevonden. Een indringende blik op de vernietigende kracht van artillerie tijdens “de Grote Oorlog”.

Deze special van The Great War zet de enorme cijfers van de Eerste Wereldoorlog op indrukwekkende wijze op een rij. De video laat zien hoeveel soldaten vochten, sneuvelden en gewond raakten, maar ook hoeveel granaten, kogels en andere middelen tijdens de oorlog werden ingezet. De aantallen zijn bijna niet te bevatten: miljoenen doden, complete landschappen verwoest en een industriële oorlogvoering zonder precedent. Door de cijfers achter de oorlog zichtbaar te maken, wordt duidelijk hoe gigantisch de impact van de Eerste Wereldoorlog op Europa en de rest van de wereld werkelijk was.

Een boeiende documentaire over de beslissende rol van artillerie tijdens de Eerste Wereldoorlog. Met originele filmbeelden legt Dr. Paul T. Carter uit hoe verschillende artillerietactieken werden ingezet en waarom artillerie het meest vernietigende wapen van de oorlog werd. Het filmpje laat zien hoe miljoenen granaten het front veranderden in een eindeloze loopgravenoorlog, maar ook hoe nieuwe tactieken uiteindelijk hielpen om de patstelling te doorbreken.

Een aangrijpende documentaire over de Slag aan de Somme, een van de bloedigste veldslagen van de Eerste Wereldoorlog. Met historische beelden, kaarten en ooggetuigenverslagen wordt duidelijk hoe honderdduizenden soldaten maandenlang vochten in modderige loopgraven onder voortdurend artillerievuur. De documentaire laat zien welke enorme menselijke offers deze strijd kostte en waarom de Somme symbool staat voor de gruwelen van de Grote Oorlog.

Een indrukwekkend fragment uit They Shall Not Grow Old waarin de verwoestende kracht van de artillerie tijdens de Eerste Wereldoorlog zichtbaar wordt. Het filmpje toont hoe kanonnen dag en nacht het slagveld bestookten en welke enorme impact dit had op soldaten aan het front. Met originele beelden en realistische geluiden krijg je een indringende indruk van de oorlogservaringen van meer dan honderd jaar geleden.

Beelden van een Duitse houwitser uit de Eerste Wereldoorlog in actie. Deze zware artilleriewapens konden granaten over grote afstand en in een hoge baan afvuren, waardoor loopgraven en verdedigingswerken zwaar werden getroffen. Het filmpje laat zien hoe belangrijk artillerie was in de oorlog en geeft een indruk van de enorme vuurkracht en het lawaai waarmee soldaten aan het front te maken kregen.

De “Big Bertha” was één van de meest gevreesde superwapens van de Eerste Wereldoorlog. Officieel ging het om de Duitse 42 cm M-Gerät houwitser van Krupp, ontworpen om de moderne betonnen forten van België en Frankrijk te vernietigen. De gigantische granaten van soms meer dan 800 kilo konden complete fortkoepels, bunkers en verdedigingswerken verwoesten.

Bij het uitbreken van de oorlog in 1914 werden de kanonnen ingezet tegen de fortengordels rond Luik, Namen en later Verdun. De enorme explosies maakten diepe indruk op vriend en vijand. Soldaten beschreven hoe de grond letterlijk beefde wanneer een “Big Bertha”-granaat insloeg. Hoewel de bijnaam vaak voor meerdere zware Duitse kanonnen werd gebruikt, werd vooral de 42 cm houwitser het symbool van de verwoestende kracht van moderne artillerie.

Dit filmpje laat goed zien hoe enorm deze wapens waren en hoeveel logistiek nodig was om ze te vervoeren, op te bouwen en te bedienen. De Big Bertha markeerde een nieuw tijdperk waarin zware artillerie complete steden, forten en slagvelden kon domineren — een voorbode van de industriële oorlogvoering die de Eerste Wereldoorlog kenmerkte.

Fort de Loncin bij Luik werd in augustus 1914 het toneel van één van de meest indrukwekkende gebeurtenissen van de Eerste Wereldoorlog. Het fort maakte deel uit van de Belgische verdedigingsgordel rond Luik en gold als modern en vrijwel onneembaar.

Dat veranderde toen de Duitsers hun superzware 42 cm “Big Bertha”-houwitsers inzetten. Op 15 augustus sloeg een enorme granaat door het beton van het fort en ontplofte in de munitieopslag. De gigantische explosie verwoestte een groot deel van het fort en doodde honderden Belgische verdedigers, van wie velen nog altijd in het fort rusten.

De vernietiging van Fort de Loncin liet de wereld zien dat zelfs moderne forten kwetsbaar waren voor zware artillerie. Daarmee werd het een belangrijk keerpunt in de militaire geschiedenis én een blijvende plaats van herinnering aan de Belgische verdedigers van 1914.

Fort de Loncin was één van de twaalf forten die de Belgische stad Luik moesten verdedigen tegen een Duitse aanval in 1914. Het fort werd gebouwd van beton en staal en gold destijds als een modern verdedigingswerk. Tijdens de Duitse invasie kreeg Loncin echter zware beschietingen te verduren van de enorme Duitse 42 cm-houwitsers, beter bekend als “Big Bertha”.

Op 15 augustus 1914 sloeg een granaat door het dak van het fort en ontplofte in de munitiekamer. De explosie vernietigde een groot deel van het fort en kostte honderden Belgische soldaten het leven. Veel van hen liggen nog altijd begraven onder het puin, waardoor Fort de Loncin tegenwoordig ook een militair monument en herdenkingsplaats is.

Deze documentaire laat zien hoe de resten van het fort nog altijd getuigen van de enorme kracht van de Eerste Wereldoorlog en het begin van de moderne industriële oorlogvoering.

Artillerie was zonder twijfel het meest vernietigende wapen van de Eerste Wereldoorlog. Meer dan 75% van alle slachtoffers werd veroorzaakt door granaten, houwitsers en zware kanonnen. Dag en nacht veranderden artilleriebeschietingen het front in een maanlandschap van modder, kraters en vernielde dorpen. Zelfs vandaag worden op de voormalige slagvelden nog duizenden niet-ontplofte granaten gevonden.

In deze video komen enkele van de beroemdste kanonnen van de oorlog voorbij, zoals het snelle Franse 75 mm-kanon, de Duitse 7,7 cm FK 96 n.A., de Britse BL 60 Pounder en de gigantische 42 cm “Dicke Bertha”. Ook de zware Škoda-mortieren van Oostenrijk-Hongarije komen aan bod. Deze wapens bepaalden het verloop van de oorlog en maakten duidelijk dat moderne oorlogvoering vooral draaide om industriële vuurkracht.

Naast de enorme fysieke verwoesting vertelt deze documentaire ook over de psychologische impact van dagenlange bombardementen. Soldaten leefden voortdurend onder het dreigende geluid van inslaande granaten, wat bij velen leidde tot uitputting en “shell shock”. Een indrukwekkend overzicht van het wapen dat de Eerste Wereldoorlog domineerde.

Treinen waren onmisbaar tijdens de Eerste Wereldoorlog en vormden de levensader van het Westfront. In deze documentaire reist Chris Tarrant langs voormalige spoorlijnen van de oorlog en laat hij zien hoe miljoenen soldaten, enorme hoeveelheden munitie en zware wapens via het spoor naar het front werden gebracht. Zonder spoorwegen had de moderne industriële oorlog nooit op deze schaal gevoerd kunnen worden.

De documentaire laat onder meer zien hoe Duitsland zijn invasie van België voorbereidde met een strak spoorwegplan, hoe de geallieerden smalspoorlijnen aanlegden tot vlak achter de loopgraven en hoe gigantische kanonnen zoals de “Big Bertha” afhankelijk waren van spoortransport. Ook de Slag aan de Somme, sabotageacties en de belangrijke rol van Chinese arbeiders bij de aanleg en reparatie van spoorlijnen komen aan bod.

Bijzonder is dat zelfs het einde van de oorlog verbonden was met het spoor: de wapenstilstand van 11 november 1918 werd ondertekend in een treinwagon in het bos van Compiègne. Deze documentaire laat indrukwekkend zien hoe spoorwegen het verloop van de Eerste Wereldoorlog mede bepaalden.



Treinen vormden de ruggengraat van de Eerste Wereldoorlog. Zonder spoorwegen zouden de enorme legers van miljoenen soldaten nooit kunnen worden verplaatst, bevoorraad of verzorgd. Via duizenden kilometers spoor werden dagelijks troepen, paarden, voedsel, munitie en artillerie naar het front gebracht, terwijl gewonden met hospitaaltreinen werden afgevoerd naar ziekenhuizen achter de linies.

De oorlog van 1914–1918 was daarmee de eerste echte industriële oorlog, waarin logistiek net zo belangrijk werd als de gevechten zelf. Vooral Duitsland had voor de oorlog al een uitgebreid spoorwegnet voorbereid voor snelle mobilisatie. Ook aan het front speelden smalspoorlijnen een grote rol om granaten en voorraden tot dicht bij de loopgraven te brengen.

Deze aflevering van The Great War laat zien hoe essentieel treinen waren voor het functioneren van de moderne oorlogsmachine. Zonder locomotieven, goederenwagons en spoorlijnen had de oorlog nooit vier jaar kunnen duren op de schaal waarop hij werd uitgevochten.



Loopgravenoorlog betekende niet alleen soldaten en prikkeldraad, maar ook een enorme logistieke strijd achter het front. Om voedsel, munitie, hout, gewonden en zware granaten snel naar de voorste linies te vervoeren, werden tijdens de Eerste Wereldoorlog duizenden kilometers smalspoor aangelegd: de zogenaamde trench railways of loopgravenspoorwegen.

Deze kleine spoorlijnen liepen vaak tot vlak achter de loopgraven en werden bediend met kleine stoomlocomotieven, benzinetreinen of zelfs handkarren. Vooral in het modderige landschap van het Westfront waren ze onmisbaar, omdat gewone wegen vaak veranderden in onbegaanbare moddervelden. Dankzij deze spoorlijnen konden legers dagenlange artilleriebeschietingen blijven volhouden en troepen blijven bevoorraden.

Deze video laat zien hoe belangrijk de loopgravenspoorwegen waren voor de industriële oorlogvoering van 1914–1918. Achter de frontlinie draaide een gigantische logistieke machine, waarin zelfs smalle rails en kleine locomotieven een cruciale rol speelden.

Deze bijzondere archiefbeelden uit 1917 laten zien hoe belangrijk smalspoorlijnen waren tijdens de Eerste Wereldoorlog. Zowel de geallieerden als de Duitsers legden duizenden kilometers 60 cm-smalspoor aan om soldaten, munitie, voedsel en bouwmateriaal snel naar het front te vervoeren. In het kapotgeschoten landschap van Frankrijk waren deze kleine spoorlijnen vaak de enige betrouwbare verbinding met de loopgraven.

In de film zien we militairen spoorstaven leggen, ballast aanbrengen en complete spoorsecties installeren. De kleine locomotieven reden door modderige velden, dorpsstraten en vlak achter de frontlinies. Dankzij deze mobiele spoorwegen konden enorme hoeveelheden voorraden worden aangevoerd voor artilleriebeschietingen en offensieven.

Na de oorlog verdwenen veel van deze spoorlijnen weer uit het landschap. Locomotieven en wagons bleven soms achter op verlaten trajecten en werden later door lokale bewoners gebruikt voor bijvoorbeeld bosbouw en transport. Deze beelden geven een indrukwekkend inkijkje in de logistieke machine achter de oorlog aan het Westfront.

Pantsertreinen waren een opvallend maar vaak vergeten wapen van de Eerste Wereldoorlog. Deze zwaar bepantserde treinen reden over de uitgestrekte spoorwegen van Europa en waren uitgerust met kanonnen, machinegeweren en soms zelfs kleine houwitsers. Vooral aan het Oostfront, waar de frontlinies veel beweeglijker waren dan in het westen, konden pantsertreinen snel troepen ondersteunen, spoorlijnen verdedigen en verrassingsaanvallen uitvoeren.

In het begin waren veel pantsertreinen geïmproviseerde constructies met stalen platen en zandzakken, maar later verschenen speciaal ontworpen gevechtstreinen met draaibare geschutskoepels en versterkte locomotieven. Ze combineerden mobiliteit met enorme vuurkracht, maar bleven afhankelijk van intacte spoorlijnen en waren kwetsbaar voor sabotage en zware artillerie.

Deze aflevering van The Great War laat zien hoe pantsertreinen uitgroeiden tot mobiele forten op rails en een belangrijke rol speelden in de moderne industriële oorlogvoering van de twintigste eeuw.



Ook ruim honderd jaar na het einde van de Eerste Wereldoorlog worden in Noord-Frankrijk nog dagelijks grote hoeveelheden granaten en munitie gevonden. Dit filmpje van ITV News laat zien hoe gevaarlijk de voormalige slagvelden nog altijd zijn. Boeren en speciale explosievenopruimingsdiensten treffen regelmatig niet-ontplofte granaten, gifgasmunitie en menselijke resten aan. Vooral in gebieden rond Verdun en de Somme liggen nog miljoenen explosieven verborgen in de bodem. Het toont aan hoe diep de littekens van de Eerste Wereldoorlog nog steeds zichtbaar zijn in het landschap van Frankrijk.

Deze reportage van The New York Times laat zien hoe Franse explosievenopruimers nog altijd dagelijks bezig zijn met het vernietigen van granaten uit de Eerste Wereldoorlog. Vooral rond Verdun worden nog duizenden niet-ontplofte projectielen gevonden, variërend van gewone artilleriegranaten tot gevaarlijke gifgasmunitie. De Franse ontmijningsdienst verzamelt deze explosieven en brengt ze naar speciale vernietigingslocaties. Het filmpje maakt duidelijk dat de oorlog, ondanks dat hij meer dan een eeuw geleden eindigde, nog steeds letterlijk onder de grond voortleeft en jaarlijks een gevaar vormt voor boeren, bouwers en inwoners van de voormalige slagvelden.

Deze reportage van Euronews laat zien dat honderd jaar na het einde van de Eerste Wereldoorlog nog steeds enorme hoeveelheden munitie uit de bodem worden gehaald. Speciale explosievenopruimers werken dagelijks op voormalige slagvelden in Frankrijk en België om gevaarlijke granaten en gifgasmunitie veilig te verwijderen. Jaarlijks worden duizenden explosieven gevonden door boeren, bouwprojecten en graafwerkzaamheden. Het filmpje onderstreept hoe de gevolgen van de oorlog nog altijd zichtbaar én gevaarlijk aanwezig zijn in het landschap van Europa.


Deze bijzondere reportage van The New York Times vertelt het verhaal van Stijn Butaye uit Ieper, die op het familiebedrijf al jarenlang resten van de Eerste Wereldoorlog verzamelt. Tijdens het ploegen van de akkers worden nog steeds granaten, kogels, helmen en andere oorlogsvoorwerpen gevonden. Sommige granaten zijn zelfs nog onontploft en daardoor levensgevaarlijk. Het filmpje laat zien hoe diep de oorlog rondom Ieper nog altijd in de grond verborgen zit en hoe het landschap meer dan honderd jaar later nog dagelijks herinneringen aan de strijd prijsgeeft. 

De pondfarm is op afspraak te bezoeken zeker de moeite waard.

https://www.depondfarm.be/

Deze reportage van The Telegraph gaat over de zogeheten Iron Harvest: de jaarlijkse oogst van oorlogsmateriaal die nog altijd uit de akkers van België en Noord-Frankrijk wordt gehaald. Meer dan honderd jaar na de Eerste Wereldoorlog vinden boeren nog dagelijks granaten, ontstekers, landmijnen en andere explosieven op voormalige slagvelden rond Ieper. Belgische explosievenopruimers werken nauw samen met boeren om de gevaarlijke munitie veilig af te voeren en te vernietigen. Het filmpje laat zien dat de oorlog nog steeds letterlijk onder de grond aanwezig is en blijvende sporen heeft nagelaten in het landschap en het dagelijks leven.

Deze video volgt de Belgische ontmijningsdienst DOVO tijdens hun dagelijkse werk rond de zogenoemde Iron Harvest. In België worden nog altijd grote hoeveelheden granaten en explosieven uit de Eerste Wereldoorlog gevonden, vooral in de streek rond Ieper. De experts van DOVO rukken regelmatig uit om gevaarlijke munitie veilig op te halen en onschadelijk te maken. Het filmpje geeft een indrukwekkend beeld van het specialistische en risicovolle werk waarmee de gevolgen van de Grote Oorlog, meer dan honderd jaar later, nog steeds worden aangepakt.

Deze video over de DOVO-compagnie in Poelkapelle laat zien hoe Defensie nog dagelijks bezig is met het opruimen van munitie uit de Eerste Wereldoorlog. In de Westhoek worden nog regelmatig granaten en obussen gevonden die tijdens de oorlog in de grond zijn achtergebleven. Veel van deze projectielen zijn na meer dan honderd jaar nog steeds gevaarlijk. De reportage legt uit wat mensen moeten doen wanneer zij een obus vinden en toont hoe DOVO de explosieven veilig vervoert en vernietigt. Daarmee wordt duidelijk dat de erfenis van de oorlog in België nog altijd voelbaar is.

Deze documentaire vertelt het verhaal van De Diggers, een groep amateurarcheologen die jarenlang de voormalige slagvelden rond Ieper onderzochten. Tijdens hun zoektochten vonden zij honderden tonnen munitie uit de Eerste Wereldoorlog, die vervolgens door de Belgische ontmijningsdienst DOVO veilig werd vernietigd. Daarnaast ontdekten zij talloze bijzondere oorlogsvoorwerpen en de stoffelijke resten van gesneuvelde soldaten, waarvan velen alsnog een waardige herbegrafenis kregen. De vondsten van De Diggers dragen bij aan het bewaren van de herinnering aan de oorlog en laten zien hoeveel sporen van de strijd nog altijd verborgen liggen in de Vlaamse bodem.

Deze video laat zien dat in de Westhoek van België nog altijd bommen en granaten uit de Eerste Wereldoorlog worden gevonden. Vooral rond Ieper en andere voormalige slagvelden duiken regelmatig niet-ontplofte projectielen op tijdens landbouw- en graafwerkzaamheden. Veel van deze explosieven zijn na meer dan honderd jaar nog steeds gevaarlijk. Het filmpje herinnert eraan hoe de sporen van de Grote Oorlog nog altijd aanwezig zijn in de bodem van Vlaanderen.

Granaten produceren - vrouwenarbeid

Tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914–1918) werden vrouwen op grote schaal ingezet om het werk van mannen over te nemen, omdat veel mannen naar het front waren gestuurd. Vrouwen gingen werken in fabrieken, op boerderijen, in ziekenhuizen en bij het openbaar vervoer. Vooral hun werk in de wapenindustrie was van groot belang.

In munitiefabrieken maakten vrouwen granaten, kogels en ander oorlogsmateriaal. Dit werk was zwaar, gevaarlijk en ongezond. Ze werkten vaak lange dagen met chemische stoffen zoals TNT, waardoor hun huid soms geel kleurde. Daarom kregen sommige vrouwelijke arbeiders de bijnaam kanarie-meisjes. Ook was er altijd gevaar voor ongelukken en explosies in de fabriek.

Dankzij de inzet van deze vrouwen konden legers blijven beschikken over voldoende munitie. Hun bijdrage was dus erg belangrijk voor de oorlogvoering. Daarnaast veranderde hun rol in de samenleving. Veel vrouwen bewezen dat zij hetzelfde zware werk konden doen als mannen.

Na de oorlog werd vrouwenarbeid in landen zoals Groot-Brittannië, Duitsland en Frankrijk sneller gewoner dan in Nederland. In deze landen hadden vrouwen tijdens de oorlog al laten zien dat zij belangrijk werk konden verrichten in fabrieken en kantoren. In Nederland verliep deze verandering langzamer, omdat het land neutraal was gebleven en traditionele ideeën over de rol van vrouwen langer bleven bestaan.

Diaslider hieronder:
Foto 1:Horace Nicholls - public domain - Munitions_Production_on_the_Home_Front,_1914-1918_Q30011

Foto 2:Horace Nicholls - public domain - Women_at_work_during_the_First_World_War-_Munitions_Production,_Chilwell ,_Nottinghamshire ,_England,_UK,_1917_Q30042

Foto 3:Horace Nicholls - publci domain -Munitions_Production_on_the_Home_Front,_1914-1918_Q30035

YouTube films
  Je kan vaak Nederlandse ondertiteling instellen zie >> TIPS

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werkten duizenden vrouwen in de munitiefabrieken van Tyneside aan de productie van granaten en explosieven voor het Britse leger. Deze vrouwen kregen soms de bijnaam “Handmaidens of Death”, omdat hun werk direct verbonden was met de vernietigende kracht van de oorlog aan het front.

De werkzaamheden waren zwaar, gevaarlijk en ongezond. Vrouwen stonden urenlang aan machines, werkten met explosieve stoffen en kwamen in contact met giftige chemicaliën zoals TNT, waardoor hun huid vaak geel kleurde. Toch hielden zij de oorlogsindustrie draaiende terwijl miljoenen mannen vochten in de loopgraven.

Deze video-installatie combineert historische beelden en verhalen om aandacht te geven aan de vaak vergeten rol van vrouwelijke munitiewerkers. Het laat zien hoe de oorlog niet alleen aan het front werd uitgevochten, maar ook in de fabrieken thuis.

Deze educatieve film laat zien hoe Noordoost-Engeland tijdens de Eerste Wereldoorlog een belangrijk centrum werd voor de productie van munitie. Terwijl miljoenen mannen aan het front vochten, namen vrouwen massaal het werk in de fabrieken over. Ook Belgische vluchtelingen, die na de Duitse invasie van 1914 naar Groot-Brittannië waren gevlucht, hielpen mee in de oorlogsindustrie.

De munitiefabrieken draaiden dag en nacht om granaten, hulzen en andere oorlogsmaterialen te produceren voor het front. Het zware en gevaarlijke werk veranderde de samenleving ingrijpend. Vrouwen kregen nieuwe verantwoordelijkheden en bewezen dat zij een cruciale rol konden spelen buiten het traditionele gezinsleven.

De documentaire laat zien hoe de Eerste Wereldoorlog niet alleen het slagveld veranderde, maar ook het dagelijks leven en de positie van vrouwen in de maatschappij voorgoed beïnvloedde.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog namen honderdduizenden vrouwen het werk van mannen over in munitiefabrieken, terwijl veel mannen aan het front vochten. Deze Britse Pathé-beelden geven een bijzonder inkijkje in het dagelijks leven van de zogenoemde “munitionettes”: vrouwen die granaten, hulzen en andere oorlogsvoorraden maakten voor het leger.

We zien hoe vrouwen lange dagen werkten aan zware machines, granaten controleerden op kwaliteit en complete productielijnen draaiende hielden. Ook opvallend zijn de beelden van kinderopvang bij de fabriek, zodat moeders konden blijven werken voor de oorlogsinspanning. Het werk was zwaar en gevaarlijk; arbeiders kwamen in contact met giftige chemicaliën en explosieven, wat soms ernstige gezondheidsproblemen veroorzaakte.

Deze archiefbeelden tonen hoe belangrijk vrouwen waren voor de industriële oorlogvoering van 1914–1918. Zonder hun inzet hadden de enorme legers aan het front nooit voldoende munitie kunnen ontvangen

Deze korte film vertelt het verhaal van Mrs Hall, een Britse munitiewerkster tijdens de Eerste Wereldoorlog. Terwijl miljoenen mannen aan het front vochten, werkten vrouwen zoals zij in munitiefabrieken om granaten en explosieven te produceren die essentieel waren voor de oorlogvoering.

Het werk was zwaar, vuil en gevaarlijk. Arbeidsters maakten lange dagen tussen machines, explosieve stoffen en giftige chemicaliën zoals TNT. Toch hielden zij de oorlogsindustrie draaiende en leverden zij een onmisbare bijdrage aan de strijd aan het front.

Aan de hand van herinneringen en historische beelden laat deze video zien hoe het leven van vrouwelijke fabrieksarbeiders eruitzag en hoe de oorlog ook het dagelijks leven thuis ingrijpend veranderde.



Handgranaten in de Eerste Wereldoorlog

Handgranaten speelden een belangrijke rol in de Eerste Wereldoorlog (1914–1918), vooral tijdens de loopgravenoorlog. Een handgranaat is een kleine explosieve granaat die met de hand wordt gegooid. Dankzij een tijdontsteker ontplofte de granaat pas enkele seconden nadat deze was geworpen. Daardoor konden soldaten de granaat eerst naar de vijand gooien voordat hij explodeerde.

In de smalle en vaak dicht bij elkaar liggende loopgraven waren handgranaten bijzonder effectief. Soldaten gebruikten ze om vijandelijke loopgraven, schuilplaatsen en bunkers aan te vallen. Vooral tijdens gevechten op korte afstand konden handgranaten veel schade aanrichten. Daarom werden speciale soldaten getraind als zogenaamde “granaatwerpers”.

De Duitsers gebruikten vanaf 1915 de bekende steelhandgranaat. Door de lange houten steel kon deze granaat verder worden gegooid dan veel andere modellen. De steelhandgranaat kreeg later de bijnaam “aardappelstamper” vanwege zijn opvallende vorm. Het wapen werd veel gebruikt bij aanvallen op vijandelijke loopgraven.

De Britten maakten gebruik van de beroemde Mills handgranaat. Deze granaat werd ontworpen door William Mills uit Birmingham en vanaf 1915 op grote schaal geproduceerd. De ronde metalen buitenkant met groeven zorgde ervoor dat de granaat bij de explosie in scherpe stukken uiteenbarstte. Meer dan 75 miljoen Mills-granaten werden tijdens de oorlog gebruikt door het Britse leger.

Handgranaten maakten de gevechten in de loopgraven nog gevaarlijker en heviger. Samen met machinegeweren en artillerie behoren zij tot de wapens die het gezicht van de Eerste Wereldoorlog bepaalden.

Foto 1:   Duitse handgranaten
               Daderot - public domain - Germany_hand_grenades_-_National_World_War_I_Museum_-_Kansas_City,_MO_-_DSC07621

Foto 2:   Duitse stok handgranaten
                Daderot -public domain - Germany_hand_grenades,_stick_models_1915,_1915,_1917,_1917,_1916_-_National_World_War_I_Museum_-
                 _Kansas_City,_MO_-_DSC07779

Foto 3:    Fabricage EngelsevMills handgranaten
                Unknown author - public domain - Mills - Industry_during_the_First_World_War_Q54615
Foto 4:   Franse handgranaat
               Seanymill - Creative Commons Attribution-Share Alike 4.0 - French_Hand_Grenade

YouTube films
  Je kan vaak Nederlandse ondertiteling instellen zie >> TIPS

Handgranaten werden tijdens de Eerste Wereldoorlog belangrijke wapens in de loopgravenoorlog. In de smalle loopgraven waren geweren vaak onhandig, waardoor soldaten explosieven gebruikten om vijandelijke stellingen uit te schakelen. Aan het begin van de oorlog waren veel granaten nog primitief of geïmproviseerd, maar later verschenen speciale modellen zoals de Britse Mills Bomb en de Duitse Stielhandgranate (“aardappelstamper”).

Deze video vergelijkt de bekendste handgranaten van de oorlog en laat zien hoe ze werden gebruikt in gevechten op korte afstand. Handgranaten groeiden uit tot één van de meest kenmerkende wapens van de Eerste Wereldoorlog en veranderden de loopgravenoorlog voorgoed.

Deze korte educatieve video legt uit hoe handgranaten tijdens de Eerste Wereldoorlog een belangrijk wapen werden in de loopgravenoorlog. Soldaten gebruikten granaten om vijandelijke loopgraven, schuilplaatsen en machinegeweernesten aan te vallen op korte afstand. Omdat de oorlog zich vaak afspeelde in smalle loopgraven, waren handgranaten ideaal voor gevechten van dichtbij. De video laat ook zien hoe soldaten in het begin soms zelf geïmproviseerde granaten maakten, totdat fabrieken massaal speciale modellen gingen produceren, zoals de Britse Mills Bomb en de Duitse Stielhandgranate.

In deze aflevering van Out of the Trenches beantwoordt Indy Neidell vragen over handgranaten, het Belgische leger en de spanningen tussen Vlaamse en Waalse soldaten tijdens de Eerste Wereldoorlog. De video legt uit waarom handgranaten en mortieren opnieuw belangrijk werden in de loopgravenoorlog, waar gevechten vaak op zeer korte afstand plaatsvonden. Daarnaast komt de moeilijke positie van België aan bod, inclusief de taalproblemen binnen het leger en het ontstaan van Vlaams-nationalistische gevoelens aan het front. Zo combineert de aflevering militaire geschiedenis met de politieke en sociale gevolgen van de oorlog.

Deze video geeft een uitgebreid overzicht van handgranaten uit verschillende oorlogen, met speciale aandacht voor de enorme ontwikkeling tijdens de Eerste Wereldoorlog. De maker toont originele, onschadelijk gemaakte granaten uit onder meer Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië, Rusland, Japan en de Verenigde Staten. Bekende modellen zoals de Duitse Stielhandgranate (“aardappelstamper”) en de Britse Mills Bomb komen uitgebreid aan bod. De video laat zien hoe de loopgravenoorlog zorgde voor een snelle ontwikkeling van hand- en geweergranaten, die onmisbaar werden bij gevechten op korte afstand in de smalle loopgraven van het westfront.


Menu Eerste Wereldoorlog


HOOFDMENU


Neem contact met ons op