Romeinse villa Rustica in Mehring – een luxueus landgoed aan de Moezel
Aan de rand van Mehring ligt een van de best bewaarde en meest indrukwekkende Romeinse villa's van de Moezelstreek. Deze villa rustica was niet zomaar een boerderij, maar een omvangrijk landbouwbedrijf dat tussen de 2e en 4e eeuw na Christus een belangrijke rol speelde in de voedselvoorziening van Augusta Treverorum (het huidige Trier), destijds een van de grootste steden van het Romeinse Rijk ten noorden van de Alpen.
Een welvarend landbouwbedrijf
Op het uitgestrekte landgoed woonde een welgestelde landeigenaar met zijn familie, bedienden en landarbeiders. Er werden graan, fruit en groenten verbouwd en natuurlijk ontbrak ook de wijnbouw niet. De vruchtbare Moezelhellingen waren toen al uitermate geschikt voor druiventeelt. De geproduceerde wijn en andere landbouwproducten werden via de Moezel naar Trier en verder het Romeinse Rijk vervoerd.
Het landgoed bestond uit een representatief herenhuis, een badgebouw, stallen, schuren, opslagplaatsen en werkruimten. De villa vormde daarmee zowel het woonhuis als het economische centrum van het landgoed.
Verrassend modern
Bij een bezoek aan de villa valt vooral op hoe vooruitstrevend de Romeinen bouwden. De belangrijkste woonvertrekken beschikten over vloerverwarming (hypocaustum). Onder de vloeren stonden honderden kleine bakstenen zuiltjes waarlangs hete lucht uit een stookruimte werd geleid. Via holle kanalen in de muren verspreidde de warmte zich door het hele gebouw. Een comfortabel systeem dat zijn tijd ver vooruit was.
Ook de waterhuishouding was uitstekend geregeld. Een zorgvuldig aangelegd drainagesysteem voerde regenwater af en hield de funderingen droog. Dat was noodzakelijk om een groot stenen gebouw als dit duurzaam te kunnen onderhouden.
Het Romeinse badhuis
Een bijzonder onderdeel van het complex was het badhuis. Baden speelde een belangrijke rol in het dagelijks leven van de Romeinen. Het was niet alleen bedoeld voor persoonlijke hygiëne, maar ook een plaats om te ontspannen en anderen te ontmoeten.
Bezoekers doorliepen achtereenvolgens een koud bad (frigidarium), een lauwwarme ruimte (tepidarium) en een warm bad (caldarium). De warme vertrekken werden, net als het woonhuis, verwarmd door het hypocaustsysteem.
Luxe en vakmanschap
De rijkste vertrekken waren voorzien van fraaie mozaïekvloeren, opgebouwd uit duizenden kleine natuurstenen en gekleurde steentjes. De geometrische patronen en decoratieve motieven onderstreepten de welvaart van de bewoners en getuigen van het hoge vakmanschap van Romeinse ambachtslieden.
Nieuwe inzichten uit archeologisch onderzoek
De huidige reconstructie van de villa is gebaseerd op jarenlang archeologisch onderzoek. Toch blijkt uit recent onderzoek dat de oorspronkelijke villa waarschijnlijk iets anders heeft uitgezien dan men lange tijd aannam.
De eerste reconstructies gingen uit van hoge, torenvormige hoekgebouwen met een schilddak. Nieuwe studies wijzen echter op een meer typisch Gallo-Romeins ontwerp met lagere hoekpaviljoens en een eenvoudig zadeldak. Dit sluit beter aan bij vergelijkbare villa's die zijn opgegraven in Luxemburg en Lotharingen.
Daarnaast ontdekten archeologen in een van de westelijke hoekgebouwen resten van een ijzersmelterij uit de laatste gebruiksfase van de villa. Daardoor is het weinig waarschijnlijk dat zich boven deze ruimte nog een tweede woonverdieping bevond. Ook bouwkundig blijkt het alternatieve ontwerp logischer, omdat het problemen met waterafvoer voorkomt.
De villa in de tijd van keizer Constantijn
In het wein- en heimat museum in Mehring is een maquette te zien die laat zien hoe de villa er rond 324-337 na Christus, tijdens de regering van keizer Constantijn, uitgezien kan hebben.
Op de maquette wordt een denkbeeldige, maar historisch goed voorstelbare scène uitgebeeld. De eigenaar van de villa ontvangt een hoge Romeinse officier, begeleid door soldaten van de 15e Cohort Auxiliarii. Omdat de belangrijke Romeinse heerweg naar de Rijngrens vlak langs de villa liep, is het aannemelijk dat reizende officieren hier regelmatig een rustplaats vonden of werden ontvangen door de welgestelde eigenaar.
Een tastbare herinnering aan het Romeinse verleden
De Romeinse Villa van Mehring laat zien hoe hoog de Romeinse bouwkunst, landbouw en techniek al bijna tweeduizend jaar geleden ontwikkeld waren. Comfort, hygiëne en efficiëntie gingen hier hand in hand met landbouw en wijnbouw. De villa vormt daarmee niet alleen een indrukwekkend archeologisch monument, maar ook een tastbare herinnering aan de Romeinse geschiedenis van de Moezelstreek.
Wie vandaag door de gereconstrueerde vertrekken wandelt, krijgt een fascinerend beeld van het leven op een welvarend Romeins landgoed en ontdekt hoe groot de invloed van de Romeinen nog altijd is op het landschap en de wijncultuur van de Moezel.

Gratis audio guide Lauschtour
Je kunt de Lauschtour app gratis downloaden bij de playstore (Android) of appstore (apple)
Villa Rustica kun je beluisteren bij 1 van de luisterpunten (Luisterpunten aan de Moezel-fietsroute)
De app geeft in het Nederlands een rondleiding
Klik de foto's hieronder aan om ze volledig te zien.
Werking van een hypocaustverwarming
Al rond 80 v.Chr. ontwikkelde de Romein Gaius Sergius Orata de eerste hypocaustverwarming. De naam is afgeleid van het Griekse hypokauston, wat letterlijk 'van onderen verwarmen' betekent.
Dit verwarmingssysteem werd later op grote schaal toegepast, vooral in Romeinse badhuizen en in de luxere woonhuizen van rijke Romeinen. In de Romeinse villa van Mehring zijn drie hypocaustinstallaties gevonden, zowel in het badhuis als in het woongedeelte (ruimten 3, 8 en 21).
Hoe werkte het?
De vloer van de te verwarmen ruimte rustte op kleine stenen of bakstenen pijlers. Hierdoor ontstond een holle ruimte onder de vloer.
Deze ruimte stond in verbinding met een stookruimte (praefurnium). Zodra daar een vuur werd gestookt, stroomde de hete lucht onder de vloer door. Zo werd de vloer verwarmd en straalde de warmte langzaam de kamer in.
Van onder de vloer ging de warme lucht vervolgens via holle bakstenen kanalen (tubuli) omhoog in de muren. Afhankelijk van de ruimte konden één of meerdere muren worden verwarmd. Daardoor werden niet alleen de vloeren, maar ook de muren aangenaam warm.
Omdat zowel de pijlers onder de vloer als de tubuli in de muren van gebakken baksteen waren gemaakt, konden ze veel warmte opslaan en die geleidelijk weer afgeven. De afzonderlijke luchtkanalen kwamen hoger in de muur samen, waarna de rook via enkele afvoerkanalen naar buiten verdween.
Onderdelen van de hypocaust
- Stookruimte (Praefurnium) – Hier werd het vuur gestookt.
- Pijlers van de hypocaust – Draagden de vloer en lieten de warme lucht eronder doorstromen.
- Bakstenen vloerplaten – Vormden de vloer boven de verwarmingsruimte.
- Muurkanalen (Tubuli) – Voerden de warme lucht door de muren omhoog.
- Meerdere lagen vloerafwerking (estrich) – Zorgden voor een stevige en goed warmtegeleidende vloer.
- Gestucte en beschilderde muren – De verwarmde muren werden afgewerkt met stucwerk en vaak voorzien van kleurrijke schilderingen.
De hypocaust was voor die tijd een technisch hoogstandje. Dankzij dit systeem konden de Romeinen bijna 2.000 jaar geleden al genieten van vloerverwarming én muurverwarming, een luxe die tegenwoordig weer heel modern lijkt.



YouTube films
Je kan vaak Nederlandse ondertiteling instellen zie >>
TIPS
xxx
xx
xx
xx
xx
xx
xx
xx
HOOFDMENU
De eerste Wereldoorlog
Under constructionDe tweede Wereldoorlog
Deels ingevuldDe stormramp van 1953
Under constructionVerhalen van toen en hier
Under constructionNeem contact met ons op
U ontvangt zo snel mogelijk een reactie van ons.
Probeer het later opnieuw.































