Ontdekking in het Wein- und Heimatsmuseum Mehring
In het Wein- und Heimatmuseum van Mehring, ontdek je al snel dat het museum veel meer is dan een verzameling oude wijnbouwgereedschappen. In het fraaie barokke voormalige gemeentehuis wordt de geschiedenis van het dorp verteld, vanaf de Romeinse tijd tot aan de moderne tijd.
Naast de indrukwekkende reconstructie van de Romeinse villa en de tweeduizend jaar oude wijnbouwtraditie is ook een belangrijk deel van de tentoonstelling gewijd aan de gebeurtenissen tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Juist die oorlogsafdeling maakt een bezoek bijzonder. Originele foto's, documenten en de bewaard gebleven schoolkroniek van 1944-1946 geven een indringend beeld van de laatste oorlogsjaren in Mehring. De kroniek beschrijft onder meer hoe de Organisation Todt het schoolgebouw in beslag nam, hoe honderden geëvacueerden in het dorp werden opgevangen, de aanwezigheid van de Hitlerjugend op de Mehringer Berg en de verwoestende gevolgen van het geallieerde bombardement van 2 maart 1945. Dankzij deze eigentijdse documenten wordt duidelijk hoe de oorlog het dagelijks leven van de inwoners volledig ontwrichtte.


Foto's Heimat museum Mehring - gemeentehuis
Waarschijnlijk gaat het om een officiële nazi-feestdag
Op beide foto's is het gebouw volledig versierd met:
- grote hakenkruisvlaggen;
- guirlandes;
- een portret van Adolf Hitler boven de ingang;
- veel inwoners die zich voor het gebouw hebben verzameld.
Dat soort uitgebreide versiering werd in heel Duitsland gebruikt bij grote propagandadagen, zoals:
- Hitlers verjaardag (20 april),
- de Reichserntedankfeesten,
- verkiezingen en volksstemmingen,
- de jaarlijkse Reichsparteitag,
- of de "Tag der nationalen Arbeit".



De vertaling:
Schooljaar 1944/1945/1946
Het nieuwe schooljaar begon begin september 1944. Reeds op 13 september 1944 werd het onderwijs voor het gehele district stilgelegd. De lokalen van onze school werden in beslag genomen door de Organisation Todt, die zich tijdens de terugtocht uit Frankrijk bezighield met de aanleg van verdedigingswerken in de omgeving.
Alle weerbare mannen werden opgeroepen voor de aanleg van de Westwall (Siegfriedlinie). Ortsgruppenleider en hoofdonderwijzer Theis organiseerde deze werkzaamheden voor de plaatselijke afdelingen (Mehring, Riol, Longen en Lösnich). Aanvankelijk werd gewerkt bij Oberbillig, later bij Grevenmacher. Toen ook dat gebied door het front werd bereikt, werden de werkzaamheden verder landinwaarts verplaatst. Een deel van de mannen moest bovendien de eigen dorpen met tankversperringen versterken.
Tegelijkertijd begon de evacuatie van de grensdorpen. Mehring werd opvangplaats voor de inwoners van Wasserliesch, die half september hun woonplaats moesten verlaten. Zij kwamen met paardenwagens, vrachtauto's, handkarren, vee en huisraad. Ongeveer 400 mensen werden in Mehring ondergebracht. Daarnaast kwamen ook vluchtelingen uit Trier en andere grensplaatsen. Het dorp was overvol.
Kort voor Kerstmis verplaatste de Organisation Todt haar hoofdkwartier naar Weissenturm bij Koblenz. Daarna trok de districtsleiding in het schoolgebouw.
Hoofdonderwijzer Theis werd vervolgens opgeroepen voor militaire dienst en kreeg het bevel over de Volkssturm Trier-Land. Tijdens de opmars van de Amerikanen vocht hij op de linie Irsch–Olewig–Petrisberg, waar hij krijgsgevangen werd gemaakt.
Er werd later beweerd dat documenten van de districtsleiding Trier, ondertekend met "Ortsgruppe Mehring", daarbij in handen van de vijand zouden zijn gevallen. Of dit waar is, kon niet worden vastgesteld.
Feit is echter dat op 2 maart 1945 om 17.25 uur Mehring door een luchtaanval werd getroffen die duidelijk op het schoolgebouw was gericht. Zes vliegtuigen vlogen eerst over het dorp, keerden boven Pölich om en wierpen vervolgens hun bommen af.
De verwoesting was enorm. Het gehele huizenblok vanaf de Spielgasse tot aan het huis van Albert werd verwoest; 17 huizen gingen verloren. Het schoolgebouw bleef behouden, maar liep wel zware glasschade op.
Bij deze aanval kwamen 63 inwoners van Mehring en geëvacueerden, drie Italianen en meerdere Duitse soldaten om het leven.
Het dorpscentrum bood een verschrikkelijke aanblik.
Na de doorbraak bij Hellenenberg-Welschbillig rukte het front op tot vóór Schweich. In de nacht van 8 op 9 maart lag Mehring onder Amerikaans artillerievuur. De Duitse troepen trokken zich die nacht terug naar de rechteroever van de Moezel en bliezen de brug op.
Op 10 maart bezetten de Amerikanen de linkerhellingen met tanks en namen hun intrek in het dorp. Nog zeven dagen werd gevochten met de Duitse troepen aan de rechteroever van de Moezel. Daarbij lag Mehring voortdurend onder Duits artillerievuur. Ook het schoolterrein en het schoolgebouw kregen voltreffers.
In de school werden drie door bombardementen dakloos geworden gezinnen ondergebracht in de vertrekken die eerder door de Organisation Todt waren gebruikt. Een derde lokaal diende als verblijf voor passerende buitenlandse troepen (Polen en Serviërs).
Een dronken Servische soldaat vernielde het achtergelaten meubilair van de districtsleiding. Dat leidde tot een plundering van het schoolgebouw, waarbij veel eigendommen van de school verloren gingen.
De Amerikaanse militaire overheid, die het gebied tot september 1945 bestuurde, verbood aanvankelijk ieder onderwijs. Ook werd onderzocht of de leerkrachten banden hadden gehad met de nationaalsocialistische partij.
In de tweede helft van september namen de Fransen het militaire bestuur over. Na een onderbreking van 15 maanden mocht het onderwijs op 1 oktober 1945 weer beginnen.
Voor Mehring werden de volgende leerkrachten toegelaten:
- de heer Elsner,
- mejuffrouw Kops,
- mejuffrouw Theisen,
- mevrouw Elsner.
Hoofdonderwijzer Theis en onderwijzer Conze bevonden zich toen nog in krijgsgevangenschap. De familie Theis moest op last van de militaire overheid de dienstwoning verlaten.
Met veel moeite werden drie lokalen voorlopig weer bruikbaar gemaakt.
Op 10 oktober 1945 overleed leraar Elsner, die 19 jaar in Mehring werkzaam was.
Drie leerkrachten gaven vervolgens les aan 293 kinderen (146 jongens en 147 meisjes), verdeeld over zes klassen.
Twee lokalen bleven ondanks herstelwerkzaamheden door de bomschade onbruikbaar; een derde lokaal kon niet worden gebruikt doordat de vochtschade nog niet was hersteld.
Op 18 februari 1946 werd aan de school een schoolhelper, Georg Bartsch, toegewezen.
Organisation Todt in het Rathaus
De Organisation Todt, meestal afgekort tot OT, was de grote bouworganisatie van het nationaalsocialistische regime. Zij werd in 1938 opgericht voor de aanleg van de Westwall en ging later militaire wegen, bunkers, kustverdedigingen, vliegvelden en andere oorlogswerken bouwen. De organisatie werkte met Duitse arbeiders, buitenlandse arbeidskrachten, krijgsgevangenen en op grote schaal met dwangarbeiders.
Wanneer de OT in Mehring het gemeentehuis gebruikte, was het waarschijnlijk niet voor gewone gemeentelijke werkzaamheden, maar als:
- plaatselijk kantoor of Bauleitung;
- administratief steunpunt;
- onderkomen voor leidinggevend personeel;
- registratie- en distributiepunt voor arbeiders;
- organisatiepunt voor transport, materialen en voedselvoorziening.
Het hoeft dus geen groot regionaal OT-hoofdkwartier te zijn geweest. Een klein plaatselijk kantoor met enkele medewerkers werd in mondelinge overlevering vaak eenvoudigweg aangeduid als “de Organisation Todt zat in het Rathaus”.
Waarom juist Mehring?
Mehring lag strategisch aan de Moezel, niet ver van Trier, met een brug, een spoorverbinding via de Moselbahn en wegen richting de Hunsrück en de Eifel. Zulke verbindingen maakten het dorp geschikt als logistiek steunpunt.
De OT was oorspronkelijk sterk betrokken bij de Westwall en kreeg later steeds meer taken op het gebied van militaire infrastructuur, herstelwerkzaamheden, verdedigingsstellingen en luchtbescherming.
Een kantoor in Mehring kan daarom verband hebben gehouden met:
- werkzaamheden aan wegen en bruggen;
- militaire transportverbindingen rond Trier;
- verdedigingswerken in het Moezelgebied;
- herstel van schade na luchtaanvallen;
- voorbereidingen voor de verdediging van de Moezel in 1944 en 1945.

Het bombardement van 2 maart 1945
Kort voor het einde van de oorlog, enkele dagen voordat Mehring door Amerikaanse grondtroepen werd bezet, werd het dorp – dat tot dan toe gespaard was gebleven van luchtaanvallen – getroffen door een ramp door een ongelukkige samenloop van omstandigheden.
Op de terugweg van een missie boven de omgeving van Merzig vloog een eskader van de 409e Bombardementsgroep van de Amerikaanse luchtmacht (U.S. Air Force), bestaande uit zes Douglas A-26B Invader-bommenwerpers, om 17.25 uur over Mehring. De vliegtuigen draaiden echter om en wierpen hun bommen boven het dorpscentrum af.
Bij deze aanval werden:
- 17 huizen geheel of gedeeltelijk verwoest;
- 62 inwoners van Mehring en geëvacueerde Duitse burgers gedood;
- 3 Italianen om het leven gebracht;
- 14 Duitse militairen gedood;
- evenals een aantal trekpaarden.
Jarenlang leefde in Mehring de overtuiging dat de aanval bewust was gericht op de school in het dorpscentrum. Daar had zich enkele dagen eerder nog de uit Trier geëvacueerde districtsleiding van de NSDAP gevestigd.
Nieuw onderzoek in de archieven van de Amerikaanse luchtmacht (U.S.A.F.) in Maxwell (Alabama) heeft echter uitgewezen dat deze theorie waarschijnlijk niet klopt. In het missieverslag van de 409e Bombardementsgroep staat alleen het tijdstip 17.28 uur vermeld, met de aantekening "bombs away" (bommen afgeworpen), zonder vermelding van de plaats.
Waarschijnlijk konden de bommenwerpers hun oorspronkelijke doel niet meer bereiken of identificeren. Op dat moment zagen zij in het dorpscentrum toevallig een door paarden getrokken Duitse artilleriekolonne en beschouwden deze als een geschikt alternatief doelwit.
Omdat Trier diezelfde dag door Amerikaanse grondtroepen was ingenomen, vormde deze militaire colonne vermoedelijk het laatste mogelijke doel voordat de vliegtuigen terugkeerden naar hun basis bij Verdun.
Voor Mehring had deze noodbeslissing tragische gevolgen.


Dit zijn Duitse militaire dagboeknotities (Kriegstagebuch) van het LXXXII. Armeekorps over de gevechten aan de Moezel op 10 en 12 maart 1945. Ze beschrijven de Amerikaanse doorbraak richting Trier. Hieronder staat een vertaling in begrijpelijk Nederlands, met uitleg van de militaire termen.
10 maart 1945
Op 10 maart neemt het LXXX. Legerkorps de verdediging van de Moezelstelling over.
Gedurende de dag voert de vijand met beperkte strijdkrachten aanvallen uit. Tussen Ruwer en de Moezel slaagt hij erin een kleine doorbraak te forceren, waardoor een opening ontstaat in het front van de 79e Volksgrenadierdivisie.
Van de 352e Volksgrenadierdivisie zijn geen nieuwe vijandelijke waarnemingen bekend.
Op het centrale deel van het korpsfront voert de vijand in de tweede helft van de nacht matige artilleriebeschietingen uit. Tegen de avond begint hij bruggenhoofden te vormen bij de vernielde bruggen bij Esch en Rievenich.
Het 12e SS-Gebergtejagerregiment arriveert gedeeltelijk in de omgeving van Leiwen.
De 79e Volksgrenadierdivisie bezet de geplande verdedigingslinie:
- ten zuiden van Mehring,
- ten noorden van Fell,
- via Schabelsberg (1 km ten noorden van Waldrach)
waarbij de voorste linie op de noordelijke oever van de Moezel wordt ingericht.
Door hevig artillerie- en granaatwerpervuur vertraagt de bezetting van de stellingen rond punt 220.
De brug bij Longuich wordt definitief opgeblazen. Veerponten worden vernietigd.
Om 03.30 uur wordt ook de brug van Mehring opgeblazen.
Om 10.00 uur is de aanleg van de nieuwe verdedigingslinie nog steeds bezig.
De vijand heeft inmiddels een beveiligingslinie aangelegd op de heuvel ongeveer 1 km ten noordwesten van Klüsserath.
Ten zuiden van de Moezel verovert de vijand in de vroege ochtend de hoogte ten oosten van Mertesdorf. Ondanks de geringe eigen troepen slagen plaatselijke reserves erin de heuvel later weer te heroveren.
De situatie bij de gevechtsvoorposten ten westen van Kesten is tegen de avond nog onduidelijk.
Om 16.15 uur:
5 tanks met infanterie worden gezien ten noordwesten van Piesport.
Om 17.00 uur trekken nog eens 2 tanks en 11 pantservoertuigen van Esch naar het zuiden.
Piesport wordt laat in de middag door de vijand bezet.
Doordat de vijand voor de tweede maal de Goldberg inneemt, ontstaat een gat in de Duitse verdediging ten noordoosten en oosten van deze heuvel. Hierbij vallen ongeveer 60 slachtoffers. De vijand beheerst dit gebied met vuur.
De bruggen van Müstert en Piesport worden opgeblazen.
Op de rechterflank is slechts weinig vijandelijke artillerieactiviteit. Op de linkerflank neemt vooral vanuit de omgeving van Schweich de artillerieactiviteit sterk toe.
12 maart 1945
Op 12 maart zet de vijand zijn aanvallen op de sector van de 79e Volksgrenadierdivisie voort.
Om 12.00 uur neemt het LXXXII. Legerkorps officieel het bevel over.
Voor de sectoren van de 352e en 212e Volksgrenadierdivisie blijft de situatie rustig.
Gedurende de nacht ruimt de vijand zijn troepen op in de omgeving van Piesport–Trittenheim.
Een vijandelijke batterij op 1500 meter ten noordwesten van Neumagen wordt onder vuur genomen.
In het gebied van de 79e Volksgrenadierdivisie blijft de infanterieactiviteit gering, maar de vijand beschiet vooral Ginnen en Fell intensief met artillerie.
Rond het middaguur vernietigt een Duitse antitankbatterij:
2 tanks
1 pantserverkenningswagen
ten noorden van Klüsserath.
In de vroege ochtend valt de vijand met ongeveer 20 tanks en infanterie aan.
Hij weet de voorste linie van de 79e Volksgrenadierdivisie over te nemen.
Via het LXXXII. Legerkorps verovert hij:
hoogte 500 ten zuidwesten van Riol
de oostrand van Ginnen
hoogte 407 (2 km ten zuidwesten van Kasel)
Vier vijandelijke tanks worden door Duitse antitankeenheden uitgeschakeld; één blijft onbeweeglijk op het slagveld liggen.
Tot de avond dringt de vijand ten zuidoosten van Riol ongeveer 2 km het bos binnen.
Men verwacht dat de vijand op 13 maart verder zal aanvallen met als doel de weg over de Hunsrückhoogten te bereiken.
Vanwege deze dreiging vraagt het opperbevel toestemming om het bevel over de 6e SS-Gebergedivisie Nord over te dragen.
Het 7e Leger beveelt dat het IIIe bataljon zich die avond bij Hüdlicherbrück verzamelt als legerreserve.
De 212e Volksgrenadierdivisie krijgt opdracht de 79e Volksgrenadierdivisie verder met artillerie te ondersteunen.
De commandant van het legerkorps stelt extra artilleriemunitie beschikbaar voor de verdediging.
Verder worden organisatorische maatregelen genomen voor de overdracht van het bevel over de 560e Volksgrenadierdivisie en de bevoorrading van verschillende divisiegevechtsgroepen.
Ten slotte meldt het 7e Leger dat het legerkorps waarschijnlijk in de nacht van 13 op 14 maart zijn front naar rechts zal moeten uitbreiden tot Mülheim.
Uitleg van de gebruikte militaire termen
Afkorting Betekenis
A.K. Armeekorps (Legerkorps)
LXXXII. A.K. 82e Legerkorps
VGD Volksgrenadier-Division (Volksgrenadierdivisie)
Kpfgr. Kampfgruppe (gevechtsgroep)
SS-Geb.Rgt. SS-Gebergtejagerregiment
Geb.Jg.Div. Gebergtejagerdivisie (bergtroepen)
A.O.K. Armeeoberkommando (legerbevel)
Gen.Kdo. Generalkommando (staf van het legerkorps)
Artl. Artillerie
Gr.W. Granatwerfer (mortieren)
Pak Panzerabwehrkanone (antitankkanon)
Battr. Batterie (artilleriebatterij)
Pz.Spähwagen Pantserverkenningswagen
Brückenschlag Aanleggen van een tijdelijke brug of pontonbrug
Abriegelung Afsluitings- of blokkadelinie
Sicherung Beveiligingslinie of voorposten
Stellung Verdedigingsstelling
Feuerüberfall Korte, hevige artilleriebeschieting
Einbruch Doorbraak in de verdedigingslinie
Deze documenten laten goed zien hoe de Duitse verdediging rond Mehring, Leiwen, Piesport, Riol, Klüsserath en Fell in enkele dagen werd teruggedrongen. De Amerikanen braken op 10 maart 1945 door de Moezelstelling heen en breidden hun bruggenhoofd de dagen daarna snel uit, waardoor Trier en de Hunsrück uiteindelijk niet meer te houden waren.



Panzergevecht op de Mehringer Berg
Op 12 maart 1945 ondernam een verkenningseskadron van de 3e Amerikaanse Cavaleriegroep, dat vanuit Riol oprukte, een verkenning in de richting van de Mehringer Berg.
Op de hoogte, in de buurt van het gebied dat bekendstaat als "Munick", werd deze opmars tot stilstand gebracht. Daarbij werden vier Amerikaanse M24 Chaffee-lichte tanks vernietigd of zodanig beschadigd dat zij niet meer konden rijden. De tanks maakten deel uit van het 90e Pantserverkenningsbataljon van de 10e Pantserdivisie, dat begin maart 1945 tijdelijk was toegevoegd aan de 3e Cavaleriegroep van het XX Amerikaanse Legerkorps.
Aan Duitse zijde namen slechts een 8,8 cm Flak-kanon en een kleine antitankeenheid deel, uitgerust met Panzerschrecks (Ofenrohre) en Panzerfausten.
De foto, die enkele dagen na het gevecht werd gemaakt, toont één van deze vier tanks. De tank was door een treffer van een 8,8 cm Flak-kanon op de rechterrupsband buiten gevecht gesteld. De bemanning verliet daarop het voertuig.
De tank werd korte tijd later echter gerepareerd en nam daarna opnieuw deel aan de verdere gevechten.
Historische achtergrond
Dit gevecht vond plaats twee dagen nadat Amerikaanse troepen Mehring hadden bezet. Hoewel de Amerikanen het dorp op 10 maart 1945 hadden ingenomen, boden Duitse eenheden vanuit de hoger gelegen heuvels rond de Mehringer Berg nog steeds hardnekkig weerstand. Dankzij de gunstige ligging en het gebruik van een gevreesd 8,8 cm Flak-kanon, dat oorspronkelijk was ontworpen als luchtafweergeschut maar zeer effectief bleek tegen tanks, wisten de Duitsers de Amerikaanse opmars tijdelijk te stoppen.
Het gevecht op de Mehringer Berg laat zien dat ook na de bevrijding van het dorp de strijd in de omgeving nog niet voorbij was. Pas in de dagen daarna trokken de Duitse troepen zich verder terug en kwam er definitief een einde aan de oorlog in deze streek van het Moezeldal.

Dit document is een Amerikaans geheim gevechtsrapport (SECRET) van het XX Corps. Het beschrijft de gevechten rond Mehring op 12 maart 1945 en de dagen daarna. Hieronder staat een vloeiende Nederlandse vertaling van de zichtbare tekst.
Het tankgevecht van 12 maart 1945
In de middag wist de vijand de Amerikaanse troepen van de hoogte te verdrijven en daarmee de opmars van de 10e Pantserdivisie opnieuw te vertragen. De Duitsers probeerden de opmars verder te belemmeren door bruggen op te blazen en mijnen langs de opmarsroutes te leggen.
De Amerikaanse voorste eenheden kwamen onder zwaar artillerievuur te liggen. Duitse infanterie, geschat op 250 tot 300 man, werd waargenomen in de omgeving van Pölich, maar trok zich rond 13.30 uur terug.
Tegen de 3e Amerikaanse Cavaleriegroep voerde de vijand zijn verdediging verder op. Door hevig artillerievuur werden vier Amerikaanse lichte tanks en vier tankjagers uitgeschakeld.
De daaropvolgende dagen
Gedurende de volgende dagen werd de Duitse verdediging aanzienlijk versterkt. Wanneer de situatie gunstig was, voerden de Duitsers verschillende tegenaanvallen uit.
Op 13 maart vielen zij tweemaal de 3e Cavaleriegroep aan, tweemaal de 94e Infanteriedivisie en meerdere keren de 26e Infanteriedivisie. Slechts één aanval wist kortstondig door de Amerikaanse linies te breken, maar deze werd snel ingesloten.
Langs vrijwel het gehele front bleef de Duitse weerstand hardnekkig. Vooral tegen de 3e Cavaleriegroep werd zwaar artillerievuur ingezet; gedurende deze periode kwamen ongeveer 2.000 artilleriegranaten neer. Elders bleef het vuur beperkt tot infanteriewapens, hoewel vrijwel alle eenheden ook artillerie- en raketvuur te verduren kregen.
14 maart
Op 14 maart nam het artillerievuur iets af, maar vuur uit handvuurwapens, mortieren en mitrailleurs bleef hevig. Daarnaast lagen overal mijnen en boobytraps.
In het gebied van de 94e Infanteriedivisie ontvingen de Amerikanen zwaar vuur van 20 mm- en 40 mm-kanonnen. Rond het middaguur lanceerden de Duitsers een tegenaanval met ongeveer 100 infanteristen, ondersteund door vier gemechaniseerde kanonnen (Sturmgeschütze). De aanval werd afgeslagen zonder terreinverlies, hoewel de Duitse voertuigen in het gebied actief bleven.
15 maart
Op 15 maart begonnen de Amerikanen te merken dat de Duitse verdediging tekenen van verzwakking vertoonde. Tegen het einde van de dag was de weerstand duidelijk afgenomen. Een Duitse batterij veldartillerie bij Niedeckill werd veroverd en twee 75 mm-houwitsers vielen onbeschadigd in Amerikaanse handen.
Toch bleef de vijand op andere plaatsen aanvallen uitvoeren. Twee aanvallen op de 80e Infanteriedivisie werden zonder terreinverlies afgeslagen.
16 maart
Op 16 maart was de Duitse weerstand nog steeds hardnekkig, maar plaatselijk en steeds ongeorganiseerder. Tegen het einde van de dag concludeerden de Amerikanen dat de vijand zijn samenhang verloor en op de rand van een chaotische nederlaag stond.
In de sector van de 3e Cavaleriegroep leverden de Duitsers echter nog een verbeten verdedigingsgevecht. Volgens het rapport maakten zij zeer vaardig gebruik van hun wapens. Een volledig peloton Amerikaanse lichte tanks werd daar uitgeschakeld door 88 mm-kanonnen. Opmerkelijk is dat de Duitsers ondanks hun terugtocht in dit gebied geen tekenen van paniek vertoonden.
Wel waren er duidelijke aanwijzingen dat de Duitse troepen zich voorbereidden op een terugtocht naar een nieuwe verdedigingslinie. Luchtverkenningen meldden ongeveer 100 voertuigen die zich in noordoostelijke richting verplaatsten.
Historische betekenis
Dit Amerikaanse gevechtsrapport bevestigt de informatie uit het Wein- und Heimatmuseum van Mehring. Het bevestigt dat op 12 maart 1945 op de Mehringer Berg een hevig tankgevecht plaatsvond, waarbij vier Amerikaanse M24 Chaffee-tanks door Duits 88 mm-vuur werden uitgeschakeld. Het laat ook zien dat de Duitse verdediging nog dagenlang fel weerstand bood, ondanks het feit dat Mehring zelf al op 10 maart 1945 door Amerikaanse troepen was bezet. Hierdoor vormt dit rapport een belangrijke primaire bron naast de Duitse schoolkroniek.


De Hitlerjugend op de Mehringer Berg
Naast de Organisation Todt speelde ook de Hitlerjugend (HJ) een rol in de oorlogsgeschiedenis van Mehring. Op de Mehringer Berg bevond zich een speciaal voor de Hitlerjugend gebouwd HJ-Heim, ook wel het Waldhaus genoemd. Uit archiefstukken van het Bundesarchiv blijkt dat dit gebouw al in 1936 bestond en ook in 1942 nog in gebruik was. (Het dossier bevindt zich in het Bundesarchiv onder BArch NS 1/2464.)
Het HJ-Heim diende als verblijfs- en ontmoetingsplaats voor de Hitlerjugend uit Mehring en de omliggende dorpen. Hier werden meerdaagse kampen georganiseerd, sport- en wandeltochten gehouden en kregen jongeren een ideologische vorming volgens de nationaalsocialistische leer. Daarnaast vonden er oefeningen plaats die de jongens moesten voorbereiden op een toekomstige militaire dienst.
In de laatste oorlogsjaren veranderde de rol van de Hitlerjugend ingrijpend. Naarmate Duitsland steeds meer in het defensief werd gedrongen, werden ook HJ-leden ingezet voor hulpdiensten, luchtbescherming, koerierswerk en het graven van verdedigingsstellingen.
Tegen het einde van de oorlog werden zelfs jongens van 15 en 16 jaar opgenomen in de Volkssturm, de laatste verdedigingslinie van het Derde Rijk.
Van het HJ-Heim op de Mehringer Berg zijn nog historische afbeeldingen bewaard gebleven. Een tekening toont het houten gebouw met de toenmalige vlag van de Hitlerjugend, terwijl een groepsfoto laat zien hoe jonge HJ-leden voor het gebouw poseerden. Deze foto's herinneren eraan hoe ook een klein dorp als Mehring volledig werd betrokken bij de nationaalsocialistische jeugdorganisatie.
Na de oorlog verdween de Hitlerjugend en verloor het gebouw zijn oorspronkelijke functie. Het HJ-Heim blijft echter een tastbare herinnering aan de manier waarop de nationaalsocialistische ideologie ook in de dorpen van het Moezeldal diep doordrong in het dagelijks leven van jongeren.


Hieronder staat een overzichtelijke vertaling van de voorpagina.
Officiële Mededelingen van het Stadsbestuur van Trier
Nummer 4 – Vrijdag 1 juni 1945
Prijs:
10 Pfennig
Verschijnt wekelijks.
Dit blad bevat de officiële bekendmakingen van de geallieerde militaire regering voor Trier en omgeving, kort na het einde van de Tweede Wereldoorlog.
1. Grenscontrole (Wet nr. 161)
Met onmiddellijke ingang geldt:
- Al het verkeer van personen, goederen en bezittingen van en naar Duitsland is verboden.
- Uitzonderingen zijn alleen mogelijk met toestemming van de geallieerde militaire regering.
- Geallieerde militairen en personen met een speciale vergunning mogen de grens wel passeren.
2. Invoering van de Geallieerde Militaire Mark (Wet nr. 51)
De geallieerde bezettingsmacht voert een nieuwe betaalmunt in:
- De Geallieerde Militaire Mark wordt officieel wettig betaalmiddel.
- Deze bankbiljetten moeten voor alle betalingen worden geaccepteerd.
- Niemand mag weigeren de nieuwe militaire mark aan te nemen.
3. Verordening van de Militaire Regering (vervolg)
Iedereen is verplicht om, wanneer de militaire overheid daarom vraagt, juiste informatie te geven over:
- vlees
- vet
- groenten
- fruit
- graan
- landbouwproducten
- melkproducten
- vee
- meel
- zeep
- wijn
- andere goederen
- voedselvoorraden
Het verzwijgen van voorraden of het verstrekken van onjuiste informatie is strafbaar.
Historische betekenis
Deze krant verscheen slechts enkele weken nadat Trier door de Amerikanen was bezet. Ze laat zien hoe de geallieerde militaire regering direct na de oorlog het dagelijks leven opnieuw organiseerde.
De belangrijkste maatregelen waren:
- strenge grenscontroles;
- invoering van nieuw geld (de Geallieerde Militaire Mark);
- registratie en controle van voedsel en goederen om de schaarste eerlijk te verdelen;
- herstel van orde en bestuur in het bezette Duitsland.
Dit document is daarmee een bijzondere historische bron over de eerste maanden na de bevrijding van de Moezelstreek in 1945.
De bevrijding
Na een geallieerde doorbraak bij Welschbillig naderde het front snel. In de nacht van 8 op 9 maart 1945 trok het Duitse leger zich terug over de Moezel en blies daarbij de brug op. Op 10 maart 1945 trokken Amerikaanse troepen Mehring binnen. Nog ongeveer een week vonden gevechten plaats aan de overzijde van de rivier.
Het schoolgebouw kreeg opnieuw een andere functie. Drie zalen werden ingericht voor gezinnen die door de bombardementen dakloos waren geworden. Een andere zaal werd gebruikt als verblijf voor buitenlandse arbeiders uit onder meer Polen en Servië, die eerder door de Organisation Todt waren ingezet. De kroniek vermeldt ook dat achtergelaten inventaris van de NSDAP tijdens de chaotische laatste oorlogsweken grotendeels werd geplunderd.
Langzaam terug naar het gewone leven
De Amerikaanse militaire overheid verbood aanvankelijk elk onderwijs.
Pas nadat de Franse bezettingsmacht het bestuur had overgenomen, kon het onderwijs op 1 oktober 1945 weer voorzichtig beginnen. Drie leraren gaven les aan 293 kinderen, verdeeld over zes klassen. Twee lokalen waren nog steeds bezet door geëvacueerde gezinnen en een derde lokaal was door de bombardementen onbruikbaar.
De schoolkroniek laat zien hoe de oorlog het dagelijks leven in Mehring volledig ontwrichtte. De school veranderde achtereenvolgens in een onderkomen voor de Organisation Todt, een kantoor van de NSDAP, een opvangcentrum voor vluchtelingen, een noodwoning voor dakloze gezinnen en uiteindelijk weer in een school. Daarmee vormt deze kroniek een unieke en zeer waardevolle ooggetuigenbron over de laatste maanden van de Tweede Wereldoorlog in Mehring.
Joodse gemeenschap
Mehring had vóór de oorlog een kleine Joodse gemeenschap.
De synagoge werd al in 1933 gesloten.
In 1936 werd het gebouw verkocht aan de gemeente.
Tijdens de Holocaust werden 18 voormalige inwoners van de Joodse gemeenschap van Mehring vermoord.
HOOFDSTUKKEN TWEEDE WERELDOORLOG
De tweede Wereldoorlog op GO
Under constructionOradour-sur-Glane
Under constructionBerchtesgaden - Berghof - Eagle's nest Obersalzberg 6 delen
ButtonD-day -Normandië - 10 delen o.a. Arromanches - Omaha-Beach - Port-en-Bessin-(er volgen nog meer delen)
In bewerkingHOOFDMENU
De eerste Wereldoorlog
Under constructionDe tweede Wereldoorlog
Deels ingevuldDe stormramp van 1953
Under constructionVerhalen van toen en hier
Under constructionNeem contact met me op
U ontvangt zo snel mogelijk een reactie van ons.
Probeer het later opnieuw.









